| Homepage filmsalon |
![]() ![]() |
REGIE: ********* MET: Jamel Debbouze Rie Rasmussen Franck-Olivier Bonnet ********* Frankrijk / 2005 / 90 MIN.*********
|
Fallen Angels Zes jaar en twee maanden, zolang heeft het geduurd alvorens Luc Besson nog eens van zich liet horen in België vanuit de regisseursstoel, toen nog met zijn vorige vrouw Milla Jovovich in de persoon van Joan Of Arc. Maar u weet ook wel, stil gezeten heeft hij nooit gedaan. Meerdere keren per jaar zag je hem op allerhande filmcredits pronken als (executive, associate, co-) producer: van The Transporter 1 en 2 over Ong Bak tot Kiss Of The Dragon terwijl hij eveneens in de pen kroop: van Wasabi over Les Rivieres Pourpres 2 tot Michel Vaillant . Maar zelf regisseren, neen dat zat er niet meer in. Misschien dat 's nachts hem vaak het angstzweet uitbrak door zichzelve ooit eens te vergelijken met Stanley Kubrick. Toegegeven, dat getuigde van egoïstische grootheidswaanzin maar eigenlijk ben ik wel stiekem fan van hem sinds 1994 wanneer hij Jean Reno liet opdreven als de professionele huurmoordenaar Leon, en laat nu dat net mijn bijnaam zijn. Al die kleine tot middelgrote filmproducties van hem gaan er bij mij als zoete broodjes in. Nooit zijn ze het voorbeeld van een onderbouwd scenario maar de simpliciteit ervan wordt veelal opgevangen door gebalde actie met een zweempje humor en meer moet dat vaak niet zijn voor mij. Tussen al zijn schrijf- en productiewerk beweert hij wel al tien jaar bezig te zijn met het scenario van Angel-A dat in de kerstweken van 2005 voor het eerst vertoond werd aan het Franse en Belgische publiek. Waar Besson vooraf zeer geheimzinnig deed over zijn nieuwste project (wist zelfs iemand af dat hij opnieuw aan het regisseren was) en het verhaal voor iedereen een mysterie bleef, vrees ik dat het niet op een stunt zal kunnen rekenen. Niet dat Angel-A slecht is, wel omdat het net zoals Guy Ritchie's Revolver (dat hij, jawel hoor, mede produceerde) door critici verkeerd begrepen wordt. Het enige wat op voorhand werd prijs gegeven (dit op het filmfestival van Cannes) was dat stand-up comedian Jamel Debbouze (Lucien uit Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain ) één van de twee hoofdrollen op zich zou nemen. Hij speelt de 28-jarige André die over gans de Parijse stad schulden heeft af te betalen aan verscheiden geldschieters. In het gesmaakte begin van de film zien we bijvoorbeeld dat hij 40.000 euro verschuldigd is aan de baas van drie ongure klopgrage types en dat hij 24 uur de tijd krijgt om dit terug te betalen. Een dag later bengelt hij aan de Eiffeltoren waar de sinistere baas Franck hem nog wat respijt gunt. André is ten einde raad en omdat hij zich technisch gesproken een Amerikaan voelt, zoekt hij hulp bij de Amerikaanse Ambassade. Hij stuit op een njet. Eveneens slaagt hij er niet in om de politie te overtuigen hem een paar dagen op te sluiten. Hij is ten einde raad en zoekt de oplossing in het afspringen van een (fotogenieke) brug (waar ik al heb gestapt). Maar blijkbaar staat hij daar niet alleen. Ook de langbenige Angela blijkt levensmoe te zijn en springt de Seine in. In plaats van de geplande zelfmoord, springt André instinctief Angela achterna en redt hij haar. Daar staan ze dan. Een hulpeloze André en een knappe blonde Angela die twee koppen groter is dan hem. Hij vraagt zich af waarom de wereld zo'n jonge en knappe vrouw moet missen maar zij verzekert hem dat het de inborst is dat telt en dat die bij haar rot is. Als blijk van dank echter blijft Angela aan de zijde van André en met haar agressieve vastberadenheid pakken ze zijn schuldproblemen tesamen aan en probeert Angela André zijn zelfrespect op te waarderen. De vraag is dan, waarom doet Angela dit, wie is ze eigenlijk en wat voor voordeel heeft ze erbij. Het antwoord geef ik niet weg alhoewel het niet moeilijk is om vinden. Wat ik wel kan zeggen, is het antwoord op de vraag wie Angela is. Het is de verdomd knappe Rie Rasmussen. Waar Brian De Palma in zijn Femme Fatale Rebecca Romijn-Stamos liet opdraven als de verrukkelijke dame, was het eigenlijk het Deense model (en goede vriendin van Romijn-Stamos) dat de ogen steelde met haar 10 miljoen dollar aan diamanten waard zijnde lichaam. Zelden was ik zo betoverd. Ook nu ziet ze er adembenemend uit - ziet ze er niet uit als een engel? - alhoewel je de kleuren er zelf moet bijdenken. Besson heeft immers geopteerd om Angel-A in het zwart-wit in te blikken. Niet dat dit noodzakelijk nodig was want Parijs als decor (meer bepaald het XVe arrondissement) geeft sowieso mooie beelden op en in kleur was het herfstseizoen waarin de film opgenomen werd misschien meer tot zijn recht gekomen maar als fan zijnde van zwart-wit beelden is het voor mij zeker niet storend. In ieder geval wordt een apart desolate sfeer gecreëerd waarbij de normaal gezien drukke straten en bruggen van Parijs enkel bestaan voor André en Angela. Het heeft iets magisch artistieks. Wanneer een film zich haast uitsluitend richt tot twee protagonisten, staat of valt de film mede door hun prestaties. Jamel Debbouze combineert zijn komische présence met een charmante uitstraling en van bij het begin wordt sympathie gevoeld voor zijn personage. Rie Rasmussen heeft onnoemelijk lange en verrukkelijke benen - van deze merchandise heeft Gucci en Victoria's Secret al gebruik gemaakt - en valt op door de combinatie van blond haar met een zwarte jurk. Qua acteerprestaties dient ze nog een leerproces door te gaan. Hierdoor wisselt de prent in niveau omdat haar personage met haar zelfverzekerd enthousiasme vaak het laken naar zich toetrekt en bepaalt wat er in de film gebeurt en dit niet altijd even geloofwaardig overkomt. Maar anderzijds past ze wel in het gecreëerde universum van Besson. En dat is een voorwaarde om de film te bekijken. Je moet het niet realistisch opvatten maar je laten onderdompelen in het decor en het magische van het verhaal dat er zich tegen afspeelt. Anders ga je sowieso afhaken bij de switch die Besson halverwege incalculeert. Angel-A blijft zich immers niet richten op André die van zijn geldschieters wil afgeraken maar wel naar een zoektocht van het innerlijke. En akkoord, Besson lukt hier niet altijd in, de acteurs betalen wat leergeld en het verhaal is wat aan de flinterdunne kant met een makke climax maar hij pretendeert niet hier een overweldigend stukje cinema af te leveren. Neen, het is een idee dat hij wou uitwerken volgens zijn gedachtengang en wanneer je dit kan volgen, begrijpen en appreciëren, zeg maar mee opgaan in zijn fantasie, kun je ook genieten van de beelden. Het is net zoals bij Revolver. Men verwijt deze films een hoge dosis vervelende pretentie. Dat is het ook wanneer je jezelf niet verplaatst in de geest van de regisseur en zijn bedoelingen. Maar ik? I'm loving angels instead… Bruno Pletinck |