Homepage filmsalon
****************
BIN-JIP

REGIE:
Kim Ki-Duk

*********

*********


MET:
Lee Seung-Yeon(Sun Hwa)

Jae Hee (Tae-Suk)

Kwon Hyuk-Ho (Min-Kyu)

*********


Zuid Korea / 2004 / 95 min.
*********


Verdeler:
Bright Angel

Rumoerige stiltes

Koreaanse regisseur Kim Ki-Duk heeft al een stevige reputatie opgebouwd met het bij ons vooral bekende The Isle en Spring, Summer, Autumn, Winter And Spring. Steeds wist hij te overtuigen met zijn prachtige beelden, rustige vertelstijl met contrasterende hoogtepunten en eigenzinnige interpretaties. Voor zijn nieuwste Bin-Jip is het niet anders. Hiermee gaat hij op zoek naar het meest innerlijke van de mens: zichzelf en hoe ermee om te gaan.

Tae-Suk is een jongeman die rondtoert op zijn moto. Hij is een eenzaat, een zonderling die op zoek gaat naar bewoonde, maar tijdelijk leegstaande huizen waar hij enige tijd kan verblijven. Deze spoort hij op door een ingenieus opgezet idee. Het is niet de bedoeling om iets te stelen, integendeel, Tae-Suk doet zelfs kleine huishoudelijke werkjes, doet de was en laat bij het verlaten van de woning alles piekfijn achter. Toch, meestal buiten zijn weten en wil om, beïnvloedt hij de gang van zaken bij de rechtmatige eigenaars. Wanneer hij verblijft in een luxehuis is de inwoonster thuis maar zij laat de jongeman rustig zijn gang gaan.

De vrouw, Sun-Hwa, heeft echtelijke problemen. Zij wordt door haar man mishandeld. Via het antwoordapparaat verneemt de jongen dat er iets ernstigs aan de hand is. Op zeker ogenblik maakt de vrouw zich kenbaar. Wanneer de man thuiskomt is het hek helemaal van de dam wanneer hij Ta-Suk opmerkt. Maar de situatie is snel, nogal op brutale manier, onder controle. Vanaf dan gaan Sun-Wha en Tae-Suk samen leegstaande huizen opzoeken. In het begin loopt alles prima. Ze gaan door het leven als een koppel. Op zeker ogenblik worden ze betrapt en de politie wordt erbij gehaald. Tae-Suk wordt opgesloten in de gevangenis en Sun-Wha wordt opgehaald door haar man. Nu zitten ze elk in hun eigen gevangenis en proberen elks op hun manier te ontsnappen. Aan inspiratie ontbreekt het hen beiden zeker niet...

Wij zijn allen lege huizen, wachtende op iemand, om het slot om te draaien en ons te bevrijden. Op een dag zal mijn wens uitkomen. Een man, in de vorm van een geest, zal mij uit de kooi halen. And ik zal hem volgen, zonder twijfels, zonder ophouden... . Tot ik mijn nieuwe lotsbestemming zal ontdekken. Met deze intentieverklaring draaide Kim Ki-Duk Bin Ji (wat leeg huis betekend) met een eigenheid aan verhaal met halfweg de film een stijlwijziging. Wat begint als een origineel leuk gevonden verhaal veranderd halfweg in een spiritueel gegeven, een exploitatie naar het eigen ik, kunnen en zijn. Op het einde laat de regisseur de kijker tevens in twijfel achter over de echtheid van het gegeven.

Ook de vertelstijl is merkwaardig te noemen. Doorheen de film spreken de twee protagonisten geen woord. Als er gesproken wordt door een van beiden, zoals bijvoorbeeld de verklaring aan de politie, gebeurt dit buiten beeld. Hierbij wordt gretig gebruik gemaakt van fijn uitgedokterde beeldtaal. Inderdaad, wat heb je aan woorden als beelden volstaan? Om de kijker toch niet te overbelasten met een overdaad aan beelden gebruikt de jongen steeds dezelfde routine bij het betreden van een ander huis. De enige dialogen zijn de teksten op het antwoordapparaat waarmee wordt verteld waar de bewoners op dat ogenblik zijn.

Ondanks de rustige vertelstijl zit er in het verhaal ook veel humor maar is soms ook zeer gewelddadig. Kim Ki-Duk snijdt vele thema's aan zoals zelfrespect, eigenheid, eenzaamheid, respect voor andersdenkenden en echte liefde. Dit is Koreaanse cinema op zijn best met een heerlijk Kim Ki-Duksaus overheen. Het recept? Niet te imiteren!

Patrick Van Laer