****************
DRACULA

De schepper

Uiteraard is dit Abraham Stoker. Geboren op 8 november 1847 in Dublin in de Anglo-Ierse sociaal culturele groep, diende hij zijn kinderjaren vooral bedlegerig en geplaagd met ziektes door te brengen. Zo kon hij tot zijn zeven jaar niet zonder hulp uit bed. Maar met de jaren groeide zijn fysieke robuustheid en in het Trinitycollege, waar hij voorzitter werd van de filosofische en historische vereniging, scoorde hij zeer goed op de universitaire atletiekkampioenschappen. In de jaren zeventig van de 19e eeuw werd hij een enthousiast theaterbezoeker en -recensent en ontmoette hij Henry Irving, één van de grootste acteurs-managers van het Victoriaanse theater waarvan beweert wordt dat hij model stond voor de figuur van Dracula. Stoker klom op op de sociale ladder naar de elite toe en werd regelmatige gast van de ouders van Oscar Wilde. Met Wilde concurreerde hij voor de hand van de bloedmooie Florence Balcombe en trok aan het langste eind. In 1878 trouwden ze. In datzelfde jaar werd hij ook nog businessmanager van het Henry Irving's Lyceum Theatre en kwam zijn eerste boek uit. In 1890 begon hij te werken aan een vampiernovelle met als werktitel 'The Un-Dead', de basis voor Dracula. De veel gebruikte horrorterm 'Undead' in film en literatuur was dus in feite ook geïntroduceerd door Stoker. Deze horrorschrijver overleed op 20 april 1912 in Londen.

De ondode

De eerste editie van Dracula werd gepubliceerd in juni 1897 en was meteen een schot in de roos. Ook tot op de dag van vandaag wordt dit horrormeesterwerk herdrukt en druk verkocht. Laat ons wel wezen, Stoker's Dracula was niet het eerste boek rond vampieren (cf. The Vampyre van Dr. John Polidori in 1819 en Carmilla van Le Fanu in 1872 dat het werk van Stoker zou beïnvloed hebben alhoewel het hier om een vrouwelijke vampier gaat), want deze figuren bezorgden binnen de folklore reeds vele mensen nachtmerries, maar ten opzichte van zijn voorgangers was hij veel populairder en is Dracula het archetype geworden van de ultieme vampier.

Stoker's research richtte zich in de eerste plaats op Oost-Europese legendes en vooral dan op die van bloedzuigende demonen. Deze activiteit komt u waarschijnlijk wel bekend voor bij vampieren. Daarnaast richtte hij zich tevens op de Oost-Europese geschiedenis en vooral dan op de informatie die hij gekregen zou hebben van de Hongaarse oriëntalist Arminius Vambery. Informatie die meer bepaald ging over de historische figuur Vlad Tepes (ook nog Vlad III of Vlad Dracula genaamd) die in het midden van de 15e eeuw (hij zag het levenslicht in 1431 en zag dit niet meer sinds 1476) regeerde over Wallachije, de meest zuidelijke van de drie Roemeense provincies die op militair vlak vocht tegen de opstand naar Constantinopel toe van de Turken. De naam Tepes (uit te spreken als tse-pesh) staat voor 'impaler' en had Vlad gekregen voor zijn strafoptredens toendertijd gekenmerkt (naast het levend villen, koken, onthoofden, levend begraven, roosteren,…) door het spietsen van zijn slachtoffers op staken en hen publiekelijk te tonen om algehele angst te ontwaken (spietsen = een houten staak, zo dik als een mannenarm, bij het slachtoffer in een lichaamsopening (het meest gangbare was tussen de benen maar bij inspiratievolle momenten kon dit ook gebeuren via de borst, onderbuik of mond) inbrengen. De staak mocht niet te scherp zijn, want dan zou het slachtoffer te snel sterven. De 'kunst' was om de staak zo diep in te brengen, dat het slachtoffer niet onmiddellijk stierf, maar ook niet van de staak afviel als deze rechtop werd gezet. Als het slachtoffer zo in de lucht hing, werd hij of zij door het gewicht van het eigen lichaam, langzaam naar beneden getrokken, waarbij de punt van de staak zich langzaam een weg zocht door de ingewanden). Het slachtofferkrediet van de 'Spietser Prins' wordt geschat tussen 40.000 en 100.000 gespietsten. Een korte historische uitweiding over de persoon op wie het personage (maar niet het gebit) van Dracula ('zoon van de duivel') gebaseerd zou zijn, alhoewel een Elizabeth Miller, editor van the journal of dracula studies, dit ontkent.

De verfilming

Vampierenfilms zijn er in overvloed. Laten we ons misschien beperken tot de Draculafilms.

Die allereerste Draculafilm is van Duitse origine, van de regie van Friedrich Wilhelm Murneau, gedateerd van 1922 en dus een stille film en luidt naar de legendarische naam Nosferatu (afkomstig van het Slavische nosufur-atu wat op zich een afgeleide is van het Griekse nosophoros of plaagdrager). Bij de release waren de meningen van critici nogal verdeeld maar het publiek was wel verbijsterd. Murneau kennende trok hij zich niks aan van iets wat 'copyrights' heet en ging leukweg de namen (Count Dracula wordt Graf Orlok) en locatie (Transylvania wordt Bremen) veranderen, zoals hij dat ook al deed met Der Januskopf wat gebaseerd was op Dr. Jekyll and Mr. Hyde. En ook nu weer, net zoals bij Der Januskopf, werden de gelijkenissen opgemerkt door Florence Stoker alhoewel er nooit toestemming voor gegeven. Met de hulp van de British Incorporated Society of Authors spande ze een rechtszaak in tegen de Duitse producers en een Engelse jury oordeelde dat alle kopies en negatieven vernietigd respectievelijk verbrand moesten worden. En zo geschiedde ook. Maar vampieren hebben nu éénmaal de tic om terug tot leven te komen, en ook omdat het verdict niet geheel afdwingbaar was in Duitsland, kwamen na de dood van Florence Stoker een aantal prints aan de oppervlakte en dus in tegenstelling tot het Jekyll/Hyde adapt kon het exemplaar van Nosferatu, eine Symphonie des Grauens wel overleven (een aantal werden overgeleverd aan Universal Pictures die in 1928 de rechten verwierf op het Draculaboek). Alhoewel al meer dan 80 jaar oud, wordt deze eerste Stokerversie nog steeds beschouwd als de meest sinistere Draculafilm.

Een grote verdienste daarvan is te danken aan de vertolking van Max Schreck die Dracula op een bedroevende haast zielige wijze neerzet. Orlok is een geïsoleerd figuur met een afgetobd gezicht (dat door de combinatie van een kale knikker en immense grote oren gelijkenissen vertoond met een rat); ook al 'leeft' hij in 'the land of phantoms', hij is alleen in zijn bouwvallig kasteel. Doorheen de jaren is de persoon Schreck haast een mythe geworden (trouwens schreck betekent in het Duits 'terror' of dus angst, paniek, schrik) waarbij meer dan eens de vraag werd gesteld of hij echt een vampier was. Laatst werd deze gedachte uiteraard nog wat aangezwengeld door Willem Dafoe die een ijzersterke prestatie als Schreck als vampier neerzet, naast Malkovich als Murneau en Udo Kier als producer Albin Grau, in het onderschatte Shadow of the Vampire. Uiteraard was deze laatste fictie en was Schreck gewoon een gerespecteerd Duits acteur met meer dan 40 films op zijn actief die in 1936 stierf aan een hartaanval.

Schreck's vertolking was de eerste Dracula op het witte doek en zijn performance wordt als onnavolgbaar gecatalogeerd. Nosferatu zelf zal in 1979 geremaked worden door de Duitser Werner Herzog (Nosferatu: Phantom der Nacht) met een eveneens superbe Klaus Kinski als Dracula die gelijkertijd een gevoel van felle angst als medeleven bij de kijker opwekte. Mimisch baseerde hij zich op Schreck: kaal hoofd, rechtopstaande oren, ratachtige tanden, klauwhanden, lange vingers en een stijve wandelgang maar qua interpretatie heeft hij nu wel twee gezichten meegekregen: net zoals hij hunkert naar bloed, verlangt hij ook naar affectie (Isabelle Adjani is zijn bron van obsessie) alhoewel hij zoals Orlok niet de sensuele verleider is. Het is een schepsel dat uitkijkt naar de simpele deugden van leven maar hem geweigerd wordt omdat hij vervloekt is tot een bloederig maar ééntonig verhaal van laatavondendiners. Herzog en Kinski gaven ons een Dracula-interpretatie die zowel monsterig als zielig overkomt, het is een tegelijk onoverwinnelijk maar tragisch karakter. Filmisch zal Herzog trouwens vaak teruggrijpen naar de '22 versie (identieke shot-for-shot kopies komen zelfs voor) met gelimiteerde dialogen, overdreven gebaren, expressionistische schaduwen,… Beweert wordt dan ook dat de film traag van aard is, ook al omdat hij niet overvloedig seks en gore presenteert (weet dat seks hier een metafoor is van het drinken of zuigen van bloed), maar het maakt precies dat de karakters en de muziek tot ontplooiing konden komen en alles baadt in een krachtige atmosfeer. Niet de horrorfilm in de traditionele betekenis van het woord maar wel onvergetelijk. Zijn Italiaanse sequel Nosferatu In Venice van 1986 was minder succesvol en waarin we Kinski opnieuw zien aandraven, ditmaal voorzien van een haardos.

Natuurlijk zal u zitten wachten op degene die bij u het eerst opkomt als we het hebben over Dracula, wel hier is hij: Béla Ferenc Dezsõ Blaskó, ofte Bela Lugosi. Hij gaf Dracula een karaktertrek mee die in andere verfilmingen zal overgenomen worden: hij is een gentleman en komt dan ook charismatisch en charmant ("Good evening") over. Het is Tod Browning die de eerste geautoriseerde verfilming levert en net zoals in Stoker's roman heeft Lugosi's vampier verwantschappen en relaties met wolven en vleermuizen (dit is dus anders dan de knaagdiereninterpretatie van Murneau waardoor Schreck's Dracula onderaan op de sociale ladder werd geplaatst) maar wordt hij net zoals Orlok afgeschilderd als een a-seksuele ondode (Browning moest immers opletten voor censuur, echter Murneau niet). Toch is deze verfilming van 1931 slechts losjes gebaseerd op Stoker's horrorroman. Universal wilde wel een big-budgetadaptatie maken maar met de Grote Depressie in het interbellum koos men vooral voor een goedkopere bewerking van het Hamilton Dean toneelstuk dat na een Europees succes uitweek naar de Verenigde Staten en onder handen genomen werd door John L. Balderston. Gefluisterd wordt dat de keuze voor Tod Browning, die ook de productie leidde, niet goed gekozen was omdat hij zich niet in zijn sas voelde met de omschakeling van het stille naar het soundtijdperk. Teveel statische shots, niet overtuigende dialogen, zwakke acteerprestaties en onhandige cameraposities werden hem verweten. Tegelijkertijd trouwens werd op dezelfde set een Spaanse versie van Dracula opgenomen. Overdag was de set in handen van Browning terwijl de Spaanse cast en crew de set 's nachts konden gebruiken. Alhoewel hetzelfde script wordt gebruikt, stelt men dat de regie en productie van Browning onderlag, minder enthousiast was en te weinig diepgang had ten opzichte van de Spanjaarden. Maar de Spaanse Drácula mistte wel één element: Bela Lugosi (die het dus wel haalt ten opzichte van Carlos Villarias). Zijn vocale interpretatie van Dracula met dat typische Hongaarse accent ("I am....Drac-u-la. I bid you velcome." en "I vant to suck your blood") zal één van de meest geïmiteerde vertolkingen worden.

Browning's film werd vervolgd door o.a. Dracula's Daughter ('36), Son Of Dracula ('43) - die als kenmerken hebben dat Dracula er niet in voorkomt -, House Of Frankenstein, House Of Dracula ('45) met John Carradine (vader van Keith, Robert en David - Bill - Carradine) als de graaf en Bud Abbott Lou Costello Meet Frankenstein met, hier is ie weer in een typecasting alhoewel men eerst niet aan hem dacht omdat men al veronderstelde dat hij dood was, Bela Lugosi (het is echter pas zijn tweede en laatste Draculaperformance).

Wanneer je aan horror denkt in de jaren '50-'60-'70, denk je meteen aan de Hammerstudio's en een film geregisseerd door Terence Fisher met Christopher Lee en Peter Cushing. Ook bij Dracula? Jawel hoor, in 1958 is Lee een goed geklede en klassieke maar wel wrede en bloeddorstige Dracula in de gelijknamige film met Cushing als ultieme vampierenjager Van Helsing. In de volgende zeven Hammer-Dracula's (op een rijtje: Brides Of Dracula ('60), Dracula: Prince Of Darkness ('66), Dracula Has Risen From The Grave ('68), Taste The Blood Of Dracula en Scars Of Dracula ('70), Dracula A.D. ('72) en The Satanic Rites Of Dracula ('74)) zien we nog zesmaal Lee als Dracula (behalve in de eerste sequel omdat doodgewoon Dracula er niet in voor komt maar Baron Meister de bloodsucker is).

En we kunnen Lee in een aritocratische interpretatie ook nog elders anders aan het werk zien als El Conde Drácula wanneer de Spaanse cultregisseur Jesus Franco beslist om in 1970 zijn vampierenduit in het zakje te doen. Ook Klaus Kinski doet trouwens mee in deze versie als Renfield, de volgeling van Dracula die vliegen, spinnen en vogels opeet. Franco laat in zijn nogal chaotische versie de minder Engelse maar meer continentale Dracula steeds verjongen na elke voedingsbeurt.

Nadat ook nog o.a. Udo Kier in Blood For Dracula ('74) en ene verkeerd gecaste Jack Palance in Dracula (eveneens in 1974 en de gelijkenis makende met Vlad The Impaler) de graaf van bloed voorziet, belandden we in 1979, waar niet alleen Kinski Dracula vertolkt, ook Frank Langella doet dit in de - alweer - gelijknamige Universalprent van John - (Another) Stakeout - Badham (zijn vorige film was om in contrast te blijven, Saturday Night Fever), gebaseerd op zowel Stoker, Dean als Balderston. Kosten werden niet gespaard en in hun kwistige buien trokken ze steracteur Laurence Olivier aan als Van Helsing en tevens succesvolste soundtrackleverancier van dat moment na Jaws, Superman en Star Wars, John Williams. De opening (iemand die naar Transylvania trekt en door Dracula's bruiden wordt verleid) werd volledig geëlimineerd en de actie speelt zich voornamelijk in Engeland af. Nog andere veranderingen werden doorgevoerd zoals scenarist W.D. Richter (voordien al adaptatie in elkaar geknutseld voor The Invasion Of The Body Snatchers) de Draculastory zag. Zo zal voor hem Dracula ook overdag mogen rondlopen want "it's always night somewhere in the world" en wordt onze bloedzuiger voorgesteld als een sympathiek, zelfs romantisch iemand. En zoals Christopher Lee zijn Dracula op wrede aristocratische wijze imposant vertolkt, zo brengt Langella zijn rol op overtuigende manier sensueel. Het probleem daarbij is dan natuurlijk dat er geen dreiging uitgaat, u krijgt zelfs slechts één keer zijn bijttanden te zien. Critici vonden de versie dan ook veel te romantisch en aanvoelend als een toneelstuk.

In de jaren '90 denken we uiteraard onmiddellijk aan Coppola's Bram Stoker's Dracula (de naam van de schrijver in de titel wijst op een strikte interpretatie van de roman) gereleased in 1992, of je zou fan moeten zijn van Mel Brooks en opteren voor de toch wat zwakkere parodie Dracula: Dead And Loving It ('95) met heil o heil nog aan toe Leslie Nielsen (zijn mimiek blijft evenwel fenomenaal komisch) als de graaf. Het was Gary Oldman die van Coppola de zwarte cape mocht aantrekken en van scenarist James V. Hart gelijkenissen mocht vertonen met Vlad The Impaler - alhoewel hij geen research heeft gedaan want hij stelt dat Vlad heerser was van Transylvania in plaats van Wallachije. Coppola daarentegen was wel in grote doen en maakt er één groot visueel maar af en toe pretentieus spektakel van met rondgutsend bloed en een portie Stoker doen blozende seksualiteit (leve Monica Belucci).

En biedt ons het nieuwe decennium ons nog een portie Dracula? Jawel hoor, het is en blijft een graag verfilmd personage. Horrormaster Wes Craven en de Weinsteinbrothers gaven in 2000 Patrick Lussier (voordien editor bij Cravenfilms) de kans de illustere figuur nieuw leven in te blazen met Dracula 2000 (Gerard Butler (Timeline, Lara Croft 2 en de komende Phantom Of The Opera film van Joel Schumacher waarin hij het phantom is) is de vlakke, klassieke graaf en neemt het naast vooral jong geweld (o.a. stomende Jennifer Esposito alhoewel sexy scènes beperkt zijn) ook op tegen Christopher Plummer als Van Helsing), mocht zelfs in 2003 een vervolg inblikken dat luidde naar de naam Dracula II: Ascension (Stephen Billington is Dracula II op één of andere high school) en voor 2004/2005 is er zelfs een derde film met het al (gelijktijdig met de tweede) gefilmde maar nog te monteren Dracula III: Legacy en zou met Rutger Hauer als (liftende) hoofdvampier zijn. Los van deze trilogie staat er ook nog een Dracula 3000 op het programma maar of dat deze de moeite gaat zijn met o.a. Coolio en Casper Van Dien (als Van Helsing) is twijfelachtig alhoewel ook Udo Kier een bijrol op zich neemt en hopelijk Erika Eleniak nog eens laat zien wat zij in haar (BH)mars heeft. Maar dit jaar hebben we evenwel al niet te klagen gehad met Dracula want hij is al kunnen aandraven in de adrenalineprent van Stephen Sommers, Van Helsing waarin Richard Roxburgh de dracul opnieuw van een wel erg bijzonder dan eens komisch dan weer aan Lugosi terugdenkend accent voorzag. In deze prent kreeg de graaf zelfs een voornaam die luidde naar Vladislaus; u kunt de link met het verleden wel zelf vinden. Nog één - vooral experimentele - film binnen dit decennium wil ik u niet onthouden en dat is Dracula: Pages From A Virgin's Diary. Laat u niet mis- of verleiden door de titel want, verschiet niet, dit is een balletfilm, zeg maar The Company onder de Draculafilms, en tevens is het een 'stille' zwart-wit film met een orkest doorweven met een theatergevoelige achtergrond. Regisseur is Guy Maddin en is zowat de meest vreemde poëtische Canadese cineast die het gebruik van stille films niet afschuwt en hier een satirische draai geeft aan het Draculaverhaal en de locatie laat veranderen van Transylvania naar het Oosten. Zijn eigenzinnige aanpak doet terugdenken aan de aanpak van de Duitse expressionistische films zoals The Cabinet Of Dr. Caligari en … Nosferatu. De cirkel is rond.

Dracula is dus een personage dat tot op de dag van vandaag nog zeer levendig blijft, of is het blijvend dood.

Bruno Pletinck