Homepage filmsalon
****************
<>************

REGIE:
Tony Gatlif

*********

*********


MET:
Romain Duris (Zano)

Lubna Azabal (Naïma))


*********


Frankrijk / 2004 / 103 min.
*********


Verdeler:

Een optimistische kijk op ballingschap

Heden ten dage zijn het heuse hoogdagen in het cinefiele filmwereldje. Zuid-Korea gaf ons het 'geweld'ige pareltje Old Boy, Duitsland ging in zee met Turkije om ons in deze beginnende herfstdagen de Gouden Beer met Gegen Die Wand te kunnen vertonen, Maggie Cheung stapte van haar Aziatische femme fatale rollen af en gaf in regie van haar ex-man een prijzenrijke Cannesprestatie mee en ook nog The Story Of The Weeping Camel en La Finestra Di Fronte zal hun beoogde publiek naar de betere cinema kunnen lokken. Graag wil ik in dit imposante lijstje ook nog Exils plaatsen. Let op, het is geen lekker in de zetel uitzakkende entertainende film, daarvoor vraagt hij de nodige inspanningen van de filmkijker die niet iedereen, misschien zelfs weinigen, ervoor zal kunnen opbrengen maar eens de aftiteling loopt, besef je pas dat je naar een betoverende film gekeken hebt over de zoektocht naar de innerlijke afkomst en het verwerken van een verwarrend en vertwijfelend verleden.

De film is afkomstig van de, alhoewel al om en bij de 15 films op zijn actief hebbende maar toch voor mij onbekende, Algerijnse regisseur Tony Gatlif (o.a. Gadjo Dilo en Vengo). Dat hij nu een grotere kans krijgt tot naambekendheid komt misschien door zijn award als beste regisseur in Cannes, ware het niet, en dat is vooral zijn grootste verdienste, dat hij daarvoor een ijzersterke film diende af te leveren. Ik heb mij laten vertellen, eigenlijk heb ik het gelezen, dat zijn vorige films ook wel eens sterk doorweven konden zijn met muzikale experimenten, meer nog dat de muzikale bijdragen of de daarbijhorende danspassen een diepere, te ontdekken betekenis hebben. Wel, hier is dat duidelijk opnieuw het geval. De film wordt gedragen door de muziek, wanneer personages dansen op de muziek, gebeurt dat niet zomaar, maar is dat een uiting van hun gevoelens.

Gatlif zal deze film niet zonder reden gemaakt hebben. In 1964 - hij was toen 16 jaar - keerde hij zijn Algerijnse vaderland de rug toe en met deze pellicule verfilmde hij zijn heftige verlangen om terug te keren naar waar hij zijn eerste levenskreten sloeg. Exils zou dus als een soort van autobiografie kunnen opgevat worden. Deze roadmovie wordt gedragen door de personages Zano en Naïma, beiden geboren in Frankrijk maar wel Algerijnse ouders hebbende. Zano (Romain Duris - L'Auberge Espagnole en nu ook in Arsène Lupin) speelt de viool maar sinds het auto-ongeluk waarbij zijn ouders omkwamen, liet hij het snaarinstrument voor wat het is en metselde hij het verbitterd in. Naïma (Lubna Azabal - geboren te Brussel) mag dan wel van Ararbische afkomst zijn, ze voelt zich duidelijk niet verbonden met die cultuur, ze spreekt de taal niet, kleedt zich uitdagend en gelooft niet, behalve dan in zichzelf. In de sterke openingsscène, opgefleurd met tonen van een hese vrouwenstem zingend over democratie, zien we Zano naakt voor een appartementsraam staan. Hij laat de pint uit zijn handen glijden en keert zich om naar Naïma die naakt op bed een plateau ijs naar binnen aan het spelen is. "Et si on allait en Algérie?"

In het vervolg van deze impulsieve opwelling trekken ze meestal stappend of ook liftend of zwart rijdend met de trein of varend met de boot van Parijs door Andalusië en Marokko richting Algerije, zeg maar de omgekeerde weg die hun ouders in de jaren zestig hebben afgelegd. Alhoewel, impulsief, tijdens hun zwerftocht merk je immers dat ze niks achterlaten, geen familie, geen werk, geen cultuur, geen religie. Enkel hun getroubleerde herinneringen willen ze achterlaten. Ze zijn dan ook duidelijk op zoek zijn naar hun ware identiteit. Denk echter niet dat hier een sociaal drama achter schuilt. De miserie druipt niet van het scherm. Integendeel, Gatlif heeft voor een optimistische aanpak gekozen, zo krijgen onze bohémiens hulp van een Algerijnse jongedame en haar broer die hen prompt hun thuisadres geven om eens wanneer ze hun eindbestemming hebben bereikt, onderdak zouden hebben, zo krijgen ze hulp om de grens over te steken naar Algerije, zo vinden ze wanneer ze geld nodig hebben werk op een fruitplantage. En om dat cultureel optimisme extra te kruiden, gebruikt Gatlif zijn eigen gecomponeerde soundtrack waarop ons koppel kan dansen, uitleven en vooral uiting kan geven aan hun gevoelens. Wanneer Naïma met haar walkman geïmproviseerd vrolijk staat te huppelen op een voetbalveld, is dat een teken van een vurig innig geluk. Wanneer Zano, in trouwens één van de prachtigste scènes, somber over een plein in Sevilla stapt, wordt dat geïllustreerd met het snijdende glasgeluid van de lege bierflesjes die hij weg stampt. In de slotscènes, die je ongetwijfeld in beroering brengen, wordt je zelfs ononderbroken getrakteerd op een tiental minuten durend Sufiritueel. Zano en Naïma dansen zichzelf daarbij met ongecontroleerde bewegingen in een spirituele trancetoestand die zowel zuiverend als openbarend werkt. Hun thuisland doet hen niet alleen herbronnen, ze vinden ook de weg naar hun innerlijke. Sterk!

De regie is tamelijk eigenzinnig maar toch doordacht te noemen. Je hebt wel degelijk het gevoel dat er vooraf haast geen scenario bestond en dat er vooral geïmproviseerd wordt op toevallige plaatsen waar ze terecht komen met toevallige personages die daar verblijven. Wanneer ons hormonenrijke koppel werk vindt op een fruitplantage, durf ik ervoor wedden dat hun mede fruitplukkers dat nu nog altijd aan het doen zijn. Wanneer de sterk mannelijk uitziende dame in een bar in Sevilla het beste van zichzelf staat te geven in de flamencodans, wil ik maar al te graag geloven dat ze dat daar iedere avond doet. Gatlif maakt gewoon waarheidsgetrouw gebruik van de individuen die hij op zijn tocht naar Algerije tegenkomt. En daarbij voegt hij als cineast ook nog eens mooie pittoreske plaatjes aan toe. Hij brengt die personages of hun omgeving naar de voorgrond en laat in de achtergrond hun leefwereld de gewone gang gaan zodat je een beeld krijgt van de verscheidenheid in culturen in deze wereld, ook al liggen ze op dezelfde reisroute.

Exils kan een sociaal culturele film genoemd worden met een blik op zigeuners, illegale migranten, (vriendschap en spanningen tussen) moslims en westerlingen. Exils kan een energieke en sensuele film genoemd worden, ook al gaat hij niet bijster snel vooruit (bij elke doorstop krijg je als intermezzo een muzikaal of swingend zicht aldaar), die technisch goed in elkaar zit met twee zeer naturelle, af en toe stomende hoofdpersonages (zie de spontaan ontstane vrijpartij in de appelbomen). Exils kan een door de muziek gedragen film genoemd worden met een mix van flamenco, techno, lokale muziek en zelf met bezieling gecomponeerde sounds. Exils kan een emotionele ontwapenende film genoemd worden waarbij je ontdekt dat een zoektocht naar het innerlijke zowel vreugde als lijden betekent. Exils kan een te ontdekken film genoemd worden.

Bruno Pletinck