Homepage filmsalon
****************
***


2004, USA

Regisseur:Brad Bird

Acteurs:

Carig T. Nelson (Mr. Incredible / Bob Parr)

Holly Hunter (Elastigirl / Helen Parr)

Samuel L. Jackson (Frozone / Lucius Best)

Jason Lee (Syndrome / Buddy Pine)

Duur: 121 min.

Verdeler: Buena Vista

No matter how many times you save the world, it always manages to get back in jeopardy again

Kijk, slecht zal ik hem niet noemen, daarvoor is Pixar een te grote bron van kwaliteit en talent, maar ik kan mij maar niet van de gedachte ontdoen dat ik er (veel) meer van had verwacht. Ik probeer de reden te zoeken in de misleidende teaser. Zonder twijfel één van de beste en meest komische trailers ooit gezien, alleen werd hij 18 maanden voor de release opgenomen en traditioneel niet gebruikt in de gehele animatiefilm. Het probleem is dat de humor van de film nooit die van de teaser kan evenaren zodat de hoge verwachtingen niet ingelost kunnen worden. Ofwel is hij gewoon minder goed dan Pixar's vorige animatieplaatjes zoals daar zijn A Bug's Life, Monsters, Inc., Toy Story en uiteraard Finding Nemo. Echter, op basis van allerlei filmkritieken van hier en ver over zee kan het ook zijn dat ik zowat de enige zonderling ben met die mening.

De aanpak was echter wel origineel te noemen, immers voor de eerste keer gebruikte Pixar enkel maar menselijke karakters in hun film. Maar menselijke eigenschappen? Dat is wat anders. Men springt immers op de kassarinkelende trend van de superhelden die we de laatste jaren X-Men, Spider Man, Dare Devil en binnenkort nieuw Batman gewijs konden en kunnen ervaren.

In zijn glorietijd werd Mr. Incredible geliefd, geëerd en gerespecteerd door de bevolking. Het redden van mensenlevens op spectaculaire wijze was voor hem niet hetzelfde als een job, het was een passie, hij deed het met hart en ziel. Maar op ironische wijze draait alles om. Wanneer iemand zelfmoord wil plegen, wordt deze appartementjumper op het nippertje gered door Mr. Incredible maar in zijn nog ongewilde in leven zijnde periode spant deze springer een rechtszaak aan tegen Incredible wegens een onrechtmatige en ongewenste redding. Her en der krijgt dit grote navolging en de superhelden vallen uiteindelijk onder het juk van een wet - Superhero Relocation Program - die hen verbiedt hun superkrachten nog te gebruiken. Ook zij moeten nu zoals ieder mens - sorry als het herkenbaar is - een saai voortkabbelend leventje leiden zonder een spatje avontuur of spanning - yep, geef maar toe, dat is herkenbaar. En zo wordt Mr. Incredible Bob Parr en slijt hij zijn broek in een veel te krap verzekeringskantoortje en probeert hij zijn goedheid te uiten in het geven van stilzwijgende raad aan klanten waardoor ze vooralsnog schadevergoeding kunnen krijgen. In deze 15 simultane jaren heeft hij met Helen, vooreer Elastigirl en nu familiehuisvrouw, een gezinnetje opgebouwd met de ultra razendsnelle en daarom niet aan sport kunnen beoefende Dash, de verlegen, haarzelf onzichtbaar makende en met krachtvelden smijtende Violet en de tot hiertoe normale baby Jack Jack (wat de bijnaam is van regisseur Brad Bird). Maar Bob mist de good old days. Zelfs de zogezegde bowlingavonden met partner van weleer Frozone, waarbij ze de politieradio afluisteren en de blauwhemden een onverwachte helpende hand aanreiken, bieden geen soelaas meer. Maar net op het kookpuntmoment in zijn midlifecrisis, namelijk wanneer hij zijn ontslag krijgt doordat hij zijn baas in een bui van frustratie het ziekenhuis in gooide, komt er een mysterieuze vrouw langs die in het geheim - en voor de goede zaak, jaja - gebruik wenst te maken van zijn superkrachten. Bob wordt terug Incredible, doet alsof hij gaat werken, krijgt een nieuw kostuum aangemeten, begint volop aan zijn conditie te werken, trekt naar een onbewoond eiland en … belandt in nesten.

Het positieve is, hij is veel beter dan concurrent Shark Tale en hij zal ongetwijfeld de oscar binnenrijven voor beste animatiefilm. Het negatieve is dat hij door een gebrek aan profilering niet volledig weet te boeien. Je hebt de indruk dat het eerste deel weggelegd is voor de volwassenen waarbij de knipoogjes naar de gewone gang van het leven aan de kinderen zullen voorbijgaan, het tweede deel is dan weer bestemd voor uw dreumesen omdat de superkrachten en zo ook weer de fantasie van de kinderen wordt aangesproken. Alleen is het zoals bij Finding Nemo geen geheel noch een mengeling waarbij tegelijkertijd zowel kind als volwassene wordt aangesproken.

De stemmen zijn ok. Uiteraard ben ik sinds Poltergeist een verdoken fan van Craig T. Nelson - aanschouw hem nu op VTM in de serie The District - en de diepte van zijn stem past perfect bij het gewichtige personage dat hij moet dragen. Holly Hunter (Elastigirl) en Samuel L. Jackson (Frozone) hebben het probleem te herkenbare stemmen te hebben, ze zijn niet hinderlijk maar tevens niet blijvend. Jason Lee als schurk Syndrome brengt wel enkele komische momenten teweeg terwijl zijn rosse haircut de rest doet.

Regisseur Brad Bird - die hier zelf de stem inspreekt van modeontwerpster Edna Mode - is niet aan zijn proefstuk toe. Hij stond mee aan de wieg van The Simpsons en bezorgde ons in 1999 het onderschatte The Iron Giant. Hij opteert voor een geslaagde nostalgische aanpak door de superhero's te introduceren in een jaren '50 sfeertje waar onze Mr. Incredible zowel de criminelen aanpakt als de poes van een oud vrouwtje uit een boom redt. Wanneer Bird 15 jaar vooruit flitst, bevindt de nu 'normale' Bob Parr zich in die typische Amerikaanse wijken en tovert hij zelfs hedendaags cynisme op het scherm. Bob bezit wel nog zijn superkrachten maar verliest grip op het leven doordat hij niet meer mag - redden van mensen - wat hij kan. Hij moet integendeel zijn omvangrijke kleerkast tussen muur en bureau op een te klein stoeltje persen en ook Helen ondervindt wat het is om een huismoeder te zijn met een zoon die meermaals op het matje moet bij de directeur, een dochter in haar verlegen tienerjaren en een baby die geen pap lust. Midlifecrisis nabij, het moment dan ook dat Bird overschakelt naar een grootsere aanpak richting een tropisch eiland. De film wordt luchtiger, speelser en de superhero's kunnen het beste van zichzelf geven in een Inspector Gadget wereldje.

Zijn aanpak is nog niet zo slecht te noemen hoor, alleen is het geen geheel. Het eerste deel bevat de nodige humor dat op sommige momenten zelfs durft te neigen naar cynisme wat de volwassenen zullen appreciëren maar aan kinderen voorbij zal gaan. Het tweede deel is dan weer typisch kinderlijk waardoor die leeftijdsgroep zal aangesproken worden maar echt grappig voor de volwassenen is het niet (alhoewel ze wel in de bloemetjes worden gezet omdat aan de kinderen wordt wijsgemaakt dat de echte superhelden de ouders zijn). Bovendien steekt er zo geen enkel personage uit dat bijblijft. Toy Story had zijn Buzz Lightyear, Shrek had Donkey en zijn sequel Puss in Boots, Finding Nemo had van alles (vegetarische haaien en aan aquarium vol rariteiten), ga zo maar door. Hier vond ik de personages minder kleurrijk zijn en ook de bij situaties horende one-liners waren niet talrijk gezaaid.

Moet je deze sensatie dan mijden (hij - en dit binnen een vijftal weken - staat nu al binnen de eerste veertig van de USA box-office)? Neen hoor, een gezellig filmavondje - met wat spatjes humor, romantiek en actie - blijft er in zitten, alleen zal het niet zo onvergetelijk of 'ongelofelijk' zijn als uw eerste Toy Story, uw eerste Shrek of Pixar's vorige Finding Nemo. Benieuwd of hun volgende (en dit in een laatste samenwerking met Disney), Cars, opnieuw boven de uitgebreide markt van de CG-animatie kan uitstijgen.

Bruno Pletinck