| Homepage filmsalon | ||
**** **** **** ****![]() |
||
| MARTINE DOYEN |
| Version Français |
Foto's: Patrick Van Laer |
Wanneer we Martine Doyen opbellen, bevindt ze zich op het Vossenplein. De regisseuse van Komma stemt toe om ons over een klein uurtje in Flagey te ontmoeten, zo kan ze nog even haar boodschappen doen en hoeft ze zich niet te haasten naar het bekende Brusselse plein waar het Europees Filmfestival van Brussel zijn tenten heeft opgeslagen. We komen tezelfdertijd aan voor een openhartig interview. Het Filmsalon heeft niets liever. MARTINE DOYEN: Ik heb eerst enkele kortfilms gedraaid, waarvan er eentje samen met Valérie (Lemaître - tdv) is geschreven. Zij speelt mee in mijn eerste kortfilm, eigenlijk in zowat al mijn kortfilms, als actrice. Je kunt dus wel zeggen dat we een gemeenschappelijke geschiedenis hebben, maar tegelijk zijn we geen vriendinnen, het is een louter professionele samenwerking. Tijdens die eerste kortfilm zei ze me dat ze ook graag schreef. Als ik ooit zin had om samen met haar iets te schrijven, dan zou ze dat wel zien zitten omdat ze niet genoeg filmrollen kreeg aangeboden. Ik heb altijd alles zelf geschreven, maar het idee om eens met twee te werken sprak me wel aan. Samen hebben we dan mijn tweede kortfilm geschreven en dat ging bijzonder goed. In 2001 liepen we elkaar weer tegen het lijf en opperden we het voorstel om samen nog eens iets te schrijven. De enige voorwaarde was dat zij een rol zou krijgen. We zaten meteen op dezelfde golflengte en zo is het allemaal begonnen. Het enige wat nog ontbrak was een verhaal. Ik had wel een paar ideetjes, vooral dan wat een personage betrof. Ik dacht aan een mythomaan, het personage dat door Arno wordt vertolkt in de film. Dat is een constante in mijn films, een kerel die compleet verloren is, in een kostuum, die door de straten dwaalt. FILMSALON: U dacht meteen aan Arno voor die rol? MARTINE DOYEN: Dat nu ook weer niet, maar we kenden elkaar en ik heb hem een beginversie van het scenario voorgelegd. Ik had al een stuk geschreven en liet het hem lezen. We zijn daar dieper op ingegaan en vonden we dat die figuur een vrouw moest ontmoeten. Niet om het even welke vrouw, ze moest iets bijzonders hebben, en toen dacht ik meteen aan een mythomane. Dat hebben we eventjes laten bezinken, maar al gauw werd duidelijk dat het te veel een komedie zou worden. FILMSALON: U wou geen komedie maken? MARTINE DOYEN: Nee, niet echt, dat vond ik niet interessant voor een eerste langspeelfilm. Ik had al vrij komische kortfilms gemaakt en ik wou af van dat etiket. De mythomane was dus geen optie, maar toen kwam Valérie op de proppen met geheugenverlies. We hadden het tenslotte over het geheugen. Een mythomaan is iemand die bewust vergeet, die het niet over zijn echte leven wil hebben en zijn bestaan ter plekke uitvindt. FILMSALON: Vergeten de personages in de film omdat ze willen breken met de sleur of schuilt er een diepere oorzaak achter hun selectief geheugen? MARTINE DOYEN: Ze doen het vooral om het leven het hoofd te kunnen bieden. Twee mensen verkeren in een grote levenscrisis. Peter De Wit, Arno's personage, zit in volle midlifecrisis. Die fase in het leven is nog steeds taboe. Op dat ogenblik begint een mens zich vragen te stellen: "Het leven ligt achter me, ik heb niets meer om naar uit te kijken, vanaf nu gaat het enkel nog bergaf." Vaak gaat het dan ook steil bergaf met die mensen, sommigen komen hun dipje weer te boven. Het is een soort dood, waarbij je het leven volledig in vraag gaat stellen. Wanneer Peter wakker wordt in het mortuarium, moet hij wel terug opstaan. FILMSALON: Lucie (het personage van Valérie Lemaître), krijgt dan weer af te rekenen met een kille moeder, een even vreemde verloofde Edouard en vooral met een verontrustend verleden, waar zich blijkbaar enkele traumatiserende zaken hebben afgespeeld. Vanwaar die overvloed aan tragische belevenissen? MARTINE DOYEN: Eigenlijk hoort dat allemaal samen, het is een constructie, een geheel. Het hoofdpersonage, Peter De Wit, staat o puit de dood en moet het zwaarte conflict zien door te komen. Hij ontmoet een vrouw van wie de kijker alles weet om te begrijpen wat haar drijft. Voor mij is die vrouwelijke figuur niet enkel Lucie, maar ook alle mensen rondom haar die een blok vormen. Peter is alleen, over hem weten we niets. Hij gaat haar dat ene puzzelstukje brengen, om dan zijn weg verder te zetten. FILMSALON: Denkt u dat het publiek een personage zoals Peter De Wit, over wie het helemaal niets weten, zomaar zal slikken? Hij staat plots op uit de dood, beetje simpel, niet? MARTINE DOYEN: Ja, dat is zo, maar dat heb ik bewust gedaan. Of het publiek dat slikt? Zodra ik een film maak, met een beperkt budget, vind ik dat je risico's moet durven nemen. Nadenken over hoe het publiek zal reageren, dat stoort me. Zulke zaken laat ik liever over aan mensen die televisie maken of films met een groot budget, mensen die vinden dat het niet te moeilijk mag zijn omdat het publiek het anders niet zal snappen. Toen ik de film voorstelde in Cannes of op Corsica, stelde ik vooral vast dat het publiek in de zaal nieuwsgierig was om andere films te zien. Het stoort hen niet dat ze niet alles begrijpen en ik had hoe dan ook zin om een film te maken die achteraf door je hoofd zou spoken. Het zou me plezier doen indien mensen achteraf nog eens zouden terugdenken aan wat ze hebben gezien, daarom wil ik ook geen oplossingen geven. Er zijn mensen die de film opnieuw bekeken hebben en me wisten te zeggen dat ze zaken hadden ontdekt die ze de eerste keer niet hadden gezien. Ik wou vooral deze film maken omdat ik ooit zulke films had gezien en ze een grote indruk op me hadden nagelaten. Vroeger zag je auteursfilms veel vaker, zeker in de jaren zestig, toen de filmindustrie nog vrij was, met Antonioni, Tarkovsky… Ik houd ervan om een film niet helemaal te begrijpen. FILMSALON: Arno is heel naturel, je zou zelfs niet zeggen dat hij acteert. MARTINE DOYEN: Daarom is het net zo fantastisch. Arno was echt de geknipte persoon voor die rol. Hij herhaalt wel de hele tijd dat hij geen acteur is, maar hij heeft iets dat voor een filmmaker heel dankbaar is: hij trekt zich niets aan van de camera. Zet die camera tien centimeter van zijn gezicht en voor hem is er niets aan de hand. Dat resultaat krijg je heel moeilijk wanneer je met professionele acteurs werkt. Ze hebben de neiging om steeds in functie van de camera te spelen, waardoor je de hele tijd moet stoppen. Heel onaangenaam is dat en zelfs jonge acteurs doen het. Daardoor krijgt een film ook steeds vaker een gemaakt effect. In ieder geval vind ik acteurs heel vervelend nu, ze vinden zichzelf te belangrijk, hun ego is buiten proporties. FILMSALON: Denkt u nu aan iemand in het bijzonder? MARTINE DOYEN: Nee, eerder algemeen, als je ziet hoe moeilijk het is om steun te krijgen voor een auteursfilm. Gelukkig kun je tegenwoordig al films maken voor betrekkelijk weinig geld, met onbekende gezichten die niet noodzakelijk professionele acteurs zijn. Gelukkig laat de techniek ons toe om een deeltje vrijheid terug te nemen die we waren kwijtgespeeld. Het zou een ramp zijn indien we die vrijheid niet meer hadden. Niet de cineasten of regisseurs zouden beslissen over welke films nog werden gemaakt, maar de acteurs en producers. Daarom zie je tegenwoordig ook zoveel slechte commerciële films. Die mensen denken enkel aan het geld dat ermee te rapen valt, ze zijn verschrikkelijk egocentrisch en willen overal bij betrokken worden. Ik vind het onwaarschijnlijk dat een onbekende acteur met zijn vuist op tafel slaat omdat hij enkel de hoofdrol wil spelen terwijl Sergio Leone in de jaren zeventig supersterren kleine bijrolletjes gaf. Dat is een van de aspecten van films maken die me heel erg op de heupen werkt. FILMSALON: Laten we het hebben over uw toekomstplannen. Hebt u al concrete plannen? MARTINE DOYEN: Wel, voorlopig heb ik geen producer. Tegenwoordig zijn producers geïnteresseerd in slagen. Ze volgen een regisseur niet over zijn hele carrière, maar doen een slag hier, een slag daar. Met als gevolg dat ik nu een project heb, maar geen producer en ik weer op zoek mag zoals bij deze film, het is echt moeilijk. Zoals veel regisseurs word je op den duur zelf producer, maar dat is helemaal anders en dan duurt het ook langer om een goede film te maken, het maakt alles zo ingewikkeld. Ik heb eraan gedacht om te vertrekken, naar Frankrijk bijvoorbeeld. In Frankrijk worden, ondanks dat men zegt dat de Franse cinema er heel erg aan toe is, toch 160 eerste films per jaar uitgebracht. De Fransen tonen - voorlopig - ook meer respect voor regisseurs. In België vind ik dat er allesbehalve solidariteit bestaat tussen regisseurs. Op dit ogenblik ben ik dus vrij teleurgesteld dat je steeds keihard moet knokken om uiteindelijk telkens weer op hetzelfde beginpunt te belanden. In elk geval was het fantastisch om iets bijzonders te hebben kunnen maken, zonder mijn Franse producer was dat nooit gelukt. Hij heeft geen extra financiële injectie kunnen vinden, maar toch is het hij die mee het project heeft helpen ontwikkelen, van bij het beginscenario tot aan de tax shelter, die we gelukkig hebben verkregen. FILMSALON: Wat hoopt u dat deze film bij het publiek teweeg zal brengen? MARTINE DOYEN: Ik weet dat er mensen zullen zijn die verrast zullen zijn of verontrust, maar ik hoop dat de mensen toch een beetje geraakt zullen zijn door iets dat ze niet gewend zijn. Het kan toch niet zijn, vind ik, dat elke keer ik naar de film ga, ik onwaarschijnlijke verhalen zie met mensen die in kasten van huizen wonen zoals in een reclamespot. Zo worden films meer en meer, met mooie meisjes die altijd netjes gekleed zijn. Als ik een film zie en ik krijg Tim Burtons, The Chocolate Factory op mijn bord, dan ben ik oprecht gelukkig want daar gaat de regisseur volop voor zijn werk, dat is een echte genrefilm. Als men me daarentegen zegt dat ik een film te zien krijg over gewone mensen in een intiem portret en dat ik van die afgeborstelde kwasten zie, dan ben ik beschaamd in die mensen hun plaats. Daar vind ik dat men niet ver genoeg is gegaan. FILMSALON: Vindt u dat de mensen meer zouden moeten nadenken? MARTINE DOYEN: Het publiek? Ik denk dat de mensen bijzonder intelligent zijn en dat men meer respect voor ze moet hebben, respect voor hun verbeeldingskracht. In Komma heb ik geprobeerd om zo weinig mogelijk uitleg te geven bij de beelden, opdat iedereen voldoende ruimte zou hebben om te denken wat hij wil, in verhouding tot zijn eigen ervaringen. Uiteraard verwacht ik niet dat iedereen het een meesterwerk vindt, maar ergens weet ik ook dat er mensen zijn die heel veel van deze film zullen houden, net zoals er mensen zullen zijn die er niets van zullen begrijpen. Interview door Tom De Vreese, 07/07/2006 |