Homepage filmsalon
****************
JARHEAD

REGIE:
Sam Mendes


*********


MET:
Jacck Gyllenhaal

Scott MacDonald

Peter Sarsgaard

*********


USA / 2005 / 123d MIN.
*********


Verdeler:
UIP

"Welcome To The Suck"

Nog in de eerste helft van de film kun je zien waar regisseur Sam Mendes zijn oorlogsmosterd vandaan haalde. Amerikaanse legertroepen krijgen tijdens de middagpauze van hun gedrilde training één van de meest essentiële warmovies te zien: Apocalypse Now van Francis Ford Coppola (zonder dat ze er de essentie van in zien trouwens: u krijgt het alombekende Ride of the Valkyries bombardement te zien; in plaats van verontwaardiging te voelen bij de destructie van een vredig dorp, onthalen ze de scène zoals een homerun van hun favoriete baseballploeg en worden ze opgehitst door the smell of napalm in the morning. Dat bedoel ik dus met dril training: omgebouwd worden tot killing machines). Waar bij Coppola de focus lag op de absurditeit van in zijn geval de Viëtnamoorlog en in wat dit verandert aan menselijke individuen - in tegenstelling tot andere Viëtnamfilms zoals Platoon gaat het niet om winnen of verliezen maar wel om het behoud van controle over zichzelf - tot uiting komend in de wreedheid van jungle-afslachting zien we dat bij Jarhead eveneens de fundamentele veranderingen binnenin een individu centraal staat maar dan wel via de ervaring in het leger dat ten strijde trekt in de Golfoorlog en daar in de broeierige woestijn gek wordt van het … niets doen. Niet het doden en welk psychologisch effect dat heeft op een mens maar wel het niet kunnen doden en de psychologische gevolgen ervan staan centraal. Een origineel uitgangspunt zoals blijkt alhoewel Jarhead ook durft te lijden aan die originaliteit.

Voor degene die het zich niet meer zo goed kunnen herinneren, kunnen we de krachtlijnen van de Golfoorlog, die niks meer was dan een televisieoorlog waar imagebuilding veel belangrijker was dan het onderliggende conflict, nog eens uiteenzetten. Op twee augustus 1990, ik was toen bijna een decennium jong, valt dictator Sadam Hoessein Koeweit binnen dat hij beschuldigt van overproductie en diefstal van olie. Wereldwijd protest ontstond en diplomatieke onderhandelingen werden gestart en er werden troepen van de Verenigde Naties naar Saoedi-Arabië gestuurd. Wanneer de diplomatie faalt, geeft de V.N. toestemming tot aanvallen tegen Irak wanneer het zich niet terug trekt voor 15 januari 1991. U kunt al raden dat dit niet gebeurde en het aanvankelijke Operation Desert Shield waarbij een 6000 soldaten zich in het Midden Oosten bevond, wordt een half jaar later Operation Desert Storm waarbij de woestijn onderdak verleent aan haast 600000 geallieerde manschappen. Op 16 januari 1991 verklaren de Verenigde Staten dat 'the liberation of Kuwait has begun'. Scud en Tomahawk gevechten vinden plaats. Op 23 februari begint de grondoorlog en op 26 februari verklaren de leiders van de Koeweitse partij dat ze de macht hebben over de stad Koeweit. Een dag later wordt een staakt het vuren afgekondigd en op 3 maart accepteert Irak de termen. De grondoorlog duurde dus vier dagen (of om precies te zijn: vier dagen, vier uur en één minuut).

Jarhead doet het relaas van deze evenementen uit de doeken, niet vanuit diplomatieke hoek, niet vanuit de publieke opinie, niet vanuit oorlogsjournalistieke hoek, neen, wel vanuit de visie van één iemand, een jarhead (slangjargon voor een marinesoldaat) die zich specialiseert in het sluipschutten, Anthony Swofford (de film is dan ook gebaseerd op de best selling biografische memoires van deze golfoorlogsveteraan). De film opent in Camp Pendleton in 1989. Om vage redenen ("Sir, I got lost on the way to college, sir!") heeft Swofford zich aangesloten bij de Marines maar om duidelijke redenen heeft hij daar al onmiddellijk spijt van. Het brutale basistrainingsprogramma wordt immers geleid onder het regime van een officier die de beginfase van Full Metal Jacket met de wreedheid van het bewind van R. Lee Ermy ervaart als een bombastisch orgasme. Hij doet vreselijk zijn best om Sergeant Hartman te evenaren en spijtig genoeg is Swofford de soldaat die het moet ontgelden. Echter, Swofford wordt opgemerkt door Sergeant Siek en zal samen met zijn beste maat Troy opgeleid worden tot een sluipschutter. In de herfst van 1990 wordt de unit waartoe Swofford behoord, uitgestuurd naar Irak. En daar stopt de traditionaliteit van de oorlogsfilm. Verwacht u niet aan een pang pang boem boem offensief. Neen, in de eerste plaats al gebeurt de overbrugging naar het Midden Oosten via een doodgewoon passagiersvliegtuig met de nodige knappe stewardessen en dus niet met de C-130's. En eens daar aanbeland, start de kern van deze oorlogsfilm: wachten op Godot. De soldaten worden weken aan een stuk getraind wachtende op het verlossende woord van de Amerikaanse overheid om in actie te mogen schieten. Het enige wat ze ondertussen mogen doden, is de tijd. Dit gebeurt o.a. door te hydrateren, te masturberen, herlezen van brieven van liefjes, ophangen van foto's van de liefjes die hun soldaat niet meer moeten hebben, nog meer masturberen, kuisen van geweer, football spelen, met gasmaskers Darth Vader nadoen en masturberen. En dit alles gebeurt in de kokende hitte van de uitgestrekte woestijn. Naarmate de tijd verstrekt, slaat de verveling om in frustratie. Een sluipschutter wordt opgeleid om met dat ene juiste schot vijanden op een zuinige manier om te brengen maar hoe langer de vinger aan de trekker is, hoe langer dat de trekker niet mag overgehaald worden - "Are we ever going to get kill anyone?". Dat is oorlogsstress.

Sam Mendes - echtgenoot van Kate Winslet (beiden zijn in hetzelfde ziekenhuis geboren trouwens) - schoot in 1999 als een komeet de hoogte in met zijn debuut American Beauty dat vijf oscars binnen rijfde waaronder beste film en beste regisseur. Drie jaar later brengt hij ons het cinematografisch fantastische en met een oscar daarvoor beloonde Road To Perdition . Nu bekijkt hij dus de Golfoorlog vanuit een voor Amerikanen verrassende en verwonderde blik. Hij maakt van Jarhead niet echt een politieke of anti-oorlogsfilm maar focust zich op de karakters en hun reactie op de omgeving en omstandigheden. De omgeving blijkt vijandig te zijn. En dit komt niet door de landsgrenzen hoor. Blijkt dat de mid-oosterse broeierige woestijn (de film zelf werd opgenomen in de Imperial Valley in Zuid-Californië en in Mexico) een vijandige katalysator blijkt te zijn. Legertraining in meer dan veertig graden in uitrusting, gezellig is het allesbehalve. Het levert voor de kijker wel allemaal mooie beelden op maar als soldaat is het niemandsland frustrerend. De omstandigheden worden bepaald door de overheid. Er is immers de term diplomatie. Soldaten worden wel door de overheid ter plaatse gestuurd maar diezelfde overheid kortwiekt hun handelingen tot het moment waarop zij het nodig achten, ook al is dat een half jaar later. Men wordt gedrild tot killersoldaten die haat dragen tegenover een vijand die enkel hun bazen gemaakt hebben. Men wordt vol gepompt met adrenaline pep talk ("Yea, though I walk through the valley of the shadow of death, I will fear no evil, for I am the baddest mother fucker in the valley"). Men wordt gespecialiseerd en gedreven in een soldaatfunctie. Het enige wat je wil doen, is aanvallen, vijanden doden, en bloed vergieten. Maar dat gaat dus niet. Men moet wachten, wachten en wachten. Maar dit botst met de gecreëerde instelling bij soldaten waardoor ze voeling met hun zelfbeheersing verliezen en de pedalen kwijt geraken.

Anthony Swofford wordt gestalte gegeven door Jake Gyllenhaal. Ook zijn ster schiet plots de hoogte in (wat na The Day After Tomorrow toch twijfelachtig was) want naast Jarhead verschijnt hij eveneens in Proof van John Madden en Brokeback Mountain van Ang Lee. Ik zou hem voor deze prestatie geen nominatie geven maar hij brengt ze wel geloofwaardig naar voor. Zijn karakter heeft een gebrek aan motivatie wat versterkt wordt door de verveling en blijkt ook complex te zijn dat niet los staat van de frustrerende Koeweitse waarheid. Peter Sarsgaard The Skeleton Key , The Salton Sea ) kent zoals we van hem gewend zijn die doffe blik in zijn ogen wat van hem een onduidelijk figuur maakt. Zo zijn we nooit zeker of hij nu ironisch of serieus is. De scène waarin hij samen met Swofford het bevel krijgt om geen schot af te lossen, ook al hebben ze een Irakese hoge piet in het sluipschuttersvizier, en daarna door het lint gaat, geeft hem een klasseticket mee. Voor een bijrol zou een nominatie misschien wel op zijn plaats zijn. Jamie Foxx Collateral ) als Sergeant Siek die enkel leeft voor zijn land beantwoordt aan de clichés waaraan een sergeant moet voldoen. Hij komt veel beter uit dan in Stealth , dat zeker, maar geeft geen originele karaktertrek aan zijn personage. Maar een stoorzender waarvoor men angst kon hebben, neen dat is hij niet. Daarnaast zijn er nog cameo's van Chris Cooper en Dennis Haysbert (van 24) als militaire officieren.

In originaliteit binnen het oorlogsgenre blijkt Jarhead echt bovenaan te prijken. Bovendien gaat het om een oorlog die haast niet onder de loep genomen wordt, buiten het zwart satirische Three Kings van David O' Russel. In de tijdspanne waarbij de film de oorlog onder de loep neemt, wordt geen enkel schot gelost, ook niet wanneer de grondoorlog start. Welke film kan dat zeggen. Uit de film blijkt dat de Golfoorlog de meest saaie oorlog van allemaal is, soldaten doen de ene vervelende activiteit na de andere. Probleem voor de film is, dat er dan ook niet bijster veel gebeurt. En dit kan voor sommige kijkers een afknapper betekenen. Maar deze kijkers willen net hetzelfde als de soldaten: ze willen actie, ze willen vijanden afschieten, de Irakezen op hun kop geven. Maar dat gebeurt dus niet, simpelweg omdat het ook niet gebeurde in de Golfoorlog. Het enige gevaar komt misschien nog van de landgenoot zelf met friendly fire: straaljagerpiloten die per abuis hun eigen infanteristen neerknallen. Je moet het enerzijds dan maar aandurven om de film zo te brengen, anderzijds weet je dat er tegenstanders zullen zijn. Ikzelf vind het een gedurfd geheel maar heb hetzelfde gevoel als bij American Beauty en Road To Perdition. Ze zijn goed, maar zonder meer. Ze bevatten scènes die het filmjaaroverzicht halen (het rozenbad met Mena Survari, de tommy gun schietpartij in de gutsende regen en voor Jarhead bijvoorbeeld de olieregen waarbij tussen de vlammenzee een merrie opduikt) maar steeds bevat het geheel een ontbrekende schakel die hem zeer goed maakt. Het scenario is goed, de regie is goed (voor de editing deed Mendes trouwens beroep op Walter Murch die dat ook deed voor Apocalypse Now), de acteerprestaties zijn goed, het onderliggende thema - oorlog is absurd maar wachten op oorlog is dat ook - is essentieel maar een bepaalde klik die de film naar een hoger niveau haalt, ontbreekt voor mij. Moet je daarom Jarhead links laten liggen, neen. Want ik moet beamen dat het één van de meest originele oorlogsfilms is.

Bruno Pletinck