****************
DR JEKYLL AND MR HYDE

Dr. Henry Jekyll: een gerespecteerd en welvarend dokter die andere fysici en ook rechters tot zijn vriendenkring mag noemen. Hij is goed ingeburgerd in de samenleving en doet zelfs aan liefdadigheidswerk. Een mens van fatsoen dus. Wat de buitenwereld echter niet weet is dat hij zich sinds zijn jeugd ook bezig houdt met losbandig gedrag en een hypocriet karakter heeft. Of het nu is omdat Jekyll lijdt onder deze zware levenslast of ervan geniet om het beschaafde leventje te ontvluchten, hij is koortsachtig op zoek naar een methode om zijn goede en kwade van elkaar te scheiden. Tijdens deze experimenten ontdekt hij Mr. Hyde, zijn eigenste donkerste helft.

Mr. Hyde: een woedevol, gewelddadig en weerzinwekkend gedegenereerde mens die vervreemd is van taal en logisch denken, zeg maar afgescheiden is van de rationele wereld. En dat allemaal door een geheimzinnig drankje van zijn alter ego Dr. Jekyll.

Oorsprong in de literatuur

Dit dubbelpersonage werd bedacht door Robert Louis Stevenson, geboren op 13 november 1850 in Edinburgh die in zijn kindertijd veel geplaagd werd door chronische ziektekwaaltjes (en in zijn ziektebed luisterde naar verhalen voorgelezen door de verpleegster en zo geboeid raakte voor literatuur) en ook in zijn verdere leven moest opboksen tegen chronische ademhalingsproblemen. In de zeventiger jaren van de 19e eeuw ontmoette hij Fanny Van de Gift met wie hij in 1880 trouwde. Zes jaar later had Stevenson (alweer herstellende van een ziekte) een nachtmerrie waaruit Fanny hem deed ontwaken. Stevenson noemde deze nare droom a fine bogy-tale en ontwikkelde het tot een meteen met tromgeroffel onthaalde horrorstory (40.000 kopies in zes maanden), The Strange Case of Mr. Jekyll and Hyde, lichtjes gebaseerd op zijn ervaringen in het Victoriaanse tijdperk. Niet alleen waren er twee soorten Edinburghs (een respectabel, diep religieus en vormelijk New Town aan de ene kant maar ook een verderfelijk en onbetrouwbaar Edinburgh met bordelen als symbolen aan de andere kant) maar op zijn rondreizen kwam hij ook nobele mensen tegen die aan de buitenkant overkwamen als respectabel, eerlijk en verfijnd maar binnenin donkere geheimen verhulden. Zo creëerde hij één enkel personage dat echter zowel good (een geleerde, ingeburgerde en fatsoenlijke Dr. Jekyll) als evil (een ontaarde, onmenselijke en wrede Mr. Hyde) herbergde.

Verfilmingen

Op het witte doek werd het gespleten personage voor het eerst noemenswaardig gestalte gegeven (voor Paramount Studios) door John Barrymore, grootvader van Drew Barrymore, in 1920 (een hele reeks kortfilmpogingen in het vorige decennium laten we buiten beschouwing) en - in datzelfde jaar (voor Pioneer Films) - door Sheldon Lewis (moest een vergetelijke prestatie geweest zijn want de regisseur verwijderde zijn naam van de credits en de producer verloochende de film).
John Stuart Robertson regisseerde de Barrymore-prent en zal de verdienste hebben om een aantal elementen te introduceren die standaard ingeburgerd zullen zijn bij volgende verfilmingen zoals de invoering van twee vrouwelijke (hoofd)karakters.

Enerzijds een familieoogappel van Jekyll, anderzijds een zangeres van lichte zeden. Nieuw? Jawel hoor, vrouwelijke personages zijn nooit voorgekomen in Stevenson's originele novelle die zich enkel richtte op de aard of natuur van de man en vrouwen enkel beschouwde als randfiguranten. Robertson claimde in die tijd de meest title cards (de 'bordjes' bij een stille film met de vermelding wat er gezegd zou worden moest het een geluidsfilm zijn) te hebben in een film.

Ook op Europese bodem (Duitsland), en ook nog in datzelfde jaar, kwam ene F.W. Murnau (jawel, die van Nosferatu, The Phantom en Faust) op de proppen met Der Januskopf. Hij veranderde, en zo de copyrights niet betalende, de namen wel in Dr. Warren / Mr. O'Conner (trouwens ene Bela Lugosi was de butler) maar had de roman van Stevenson als rode draad. Hier was een borstbeeld van de Romeinse god Janus boosdoener van al het kwaad. Wanneer Dr. Warren naar het borstbeeld kijkt, ziet hij twee gezichten, het één goddelijk het ander diabolisch. Doorheen zijn obsessie voor het beeld, transformeert hij in de slechte Mr. O'Conner die aan het moorden slaat. Doe echter geen moeite om de film te zoeken, wij wordt immers als verloren beschouwd (lees vernield tijdens een burgerlijke rechtszaak aangespannen door the Stevenson estate).
Als u tijdperken goed kunt inschatten, zou u door kunnen hebben dat het hier om stomme films gaat (ik wil u nog meedelen dat Stan Laurel in 1925 gestalte gaf aan Dr. Pyckle and Mr. Pride in de gelijknamige travestycomedy).

Paramount besliste om in 1931, na de Universalsuccessen Dracula en Frankenstein, een geluidsvolle remake te maken en gaf de regiestoel aan de Russische Rouben Mamoulian (die je alom gekend zou hebben, moest hij in 1963 niet ontslagen geweest zijn als regisseur van Cleopatra, zijn laatste wapenfeit).

Die opteerde voor de hoofdrol niet voor Irving Pichel (de cinemategenhanger van Boris Karloff) zoals de producers vraagden maar wel voor romantisch komedieacteur Frederic March. Van een zet gesproken: March kreeg een oscar voor zijn performance in de horrorprent die Mamoulian een experimentele visuele touch (o.a. de fameuze filtertechniek waarbij March's make-uptranformatie tot een Neanderthaler begeleid werd door gradueel rode filters te verwijderen van de spotlights, diagonale split screens, experimentele 360° draaiende camerabewegingen) en sound (o.a. zijn eigen hartslag na het op- en aflopen van trappen werd gebruikt) meegaf. Mamoulian zag Jekyll en Hyde niet als de struggle between evil and good maar als een dilemma tussen het gesofisticeerde zelf van de man en zijn primitieve dierlijke instincten. Tevens gaf hij een zekere seksualiteit aan het verhaal te merken in de scènes tussen Hyde en de zangeres waarbij de dominantie van de man geïllustreerd werd door agressieve buien die de Britse censuur niet haalden.
Een jaloerse Universalreactie bleef niet uit met hun kortfilmparodie Dr. Jekyll's Hide, geschreven, geproduceerd en geregisseerd door Albert de Mond.

Mamoulian's versie wordt beschouwd als het ultieme Jekyll/Hyde meesterwerk maar is wel voor zeer lange tijd ongezien gebleven sinds 1941, het jaar waarin MGM de rechten opkocht van de 1931 versie en deze niet meer liet vertonen tot 1967 en dan nog waren er 17 originele minuten weggeknipt. De reden? Ze brachten zelf een remake uit en wilden zich ervan verzekeren dat er geen competitie en vergelijking mogelijk was. Begrijpelijk, hun versie was immers slechts een doorslagwerkje met voor één keer een resem slechte kritieken krijgende Spencer Tracy geflankeerd door Lara Turner en Ingrid Bergman (het volgende jaar speelt ze in Casablanca), de vrouwelijke personages als respectievelijk Jekyll's verloofde en een zingende prostitué (aanvankelijk waren de rollen omgedraaid maar de actrices vonden zelf dat ze miscast waren en gingen dan maar elkaars rollen spelen. Regisseur van dienst was trouwens de nog van zijn Gone With The Wind en The Wizard Of Oz successen (beiden van 1939) genietende Victor Fleming die, waarschijnlijk door een moeizame en moeilijke productie, geen energie kan brengen in het verhaal en zodoende enkel de score van Franz Waxman (wie wil er niet zo'n achternaam) een bijblijver zou zijn bij critici.

In de verdere jaren wordt het personage een horroricoon dat tevens gebruikt wordt in animatie (Daffy Duck, Tom & Jerry, Bugs Bunny, Tweety) en parodie maar ook de niet-Amerikaanse filmmarkt met Argentijnse, Russische en Franse versies induikelt en vanzelfsprekend ook de Hammerstudios bereikt met The Two Faces Of Dr. Jekyll. Uiteraard zou Hammer Hammer niet zijn, als ze hun eigen accenten niet zouden leggen en zo zien we Paul Massie tegelijkertijd een onsympathieke Jekyll en een aaibare, charmante Hyde vertolken. Rollen dus even omgekeerd. Vanzelfsprekend zat Terence Fisher achter de camera's.
Nog later zien we Kirk Douglas het personage vertolken in een (eerste) musicalversie, Udo Kier hem half vertolken (hij was Dr. Jekyll, terwijl ene Gérard Zalcberg Mr. Hyde speelde in de door Borowczyk geregisseerde Docteur Jekyll et les Femmes en zijn reputatie alle eer aandeed door er erotische connotaties in te brengen), Michale Caine voor zijn bijdrage bekroond worden met een Emmy en Golden Globe nominatie, John Malkovich een mindere beklijvende bijdrage leveren in Mary Reilly (razzie nominaties voor regisseur Stephen Frears en Julia Roberts, wiens personage, de huismeid, verliefd wordt op zowel Jekyll als Hyde en we de film te zien krijgen uit haar standpunt waardoor we dus een perspectiefverandering gekregen hebben). Jason Flemyng gaf normale gestalte aan Dr. Jekyll en een computergestuurde versie vertolken van Mr. Hyde in The League Of Extraordinary Gentleman (hij had acht uur nodig om in het prothesekostuum te geraken en drie uur om er terug uit te geraken). Ook in Van Helsing wordt hij opgenomen in Sommers' horrorpersonages en wordt hij vertolkt door Stephen Fisher (Dr. Jekyll) en Robbie - u kent hem recent uit de Harry Potter films - Coltrane die opnieuw een computergestuurde, grappige en dikke sigaren rokende Mr. Hyde speelt.

Bruno Pletinck