** *** *** *** *** ** |
|
*** *** *** *** *** *** |
|
De hype is gelukkig al enige tijd geluwd dat onze teenagers, peuters en kleuters kwamen aandraven met de ham-vraag; mama, ik wil graag een pluchen 'Weetikwatvoorsaurus' voor m'n verjaardag. Tja, de grootmeester himself; Steven Spielberg, had destijds nog geen flauw benul wat voor prehistorische blitz-krieg zijn beestjes hadden veroorzaakt. Winkels puilden uit van plastieken dino's, dino-boeken, dino-stickers, dino-koeken, ... 't Zou me niet verwonderen dat de slager toen ook dino-steak in reclame had. We gaan even terug in de tijd. In 91' koesterde Spielberg de droom de grootste wezens der aarde ooit, de dinosauriërs, te herschapen; op het witte doek te brengen. Vroeger had men al een 'Lost World' gemaakt in zwart-wit, namelijk in '25, en een andere dino-appearance had je nog in de allereerste King-Kong uit '35 waar de aap het opnam tegen een T-Rex. Toen baanbrekend maar nu volkomen banaal hoe die beesten er uitzagen. Uiteraard was er ook nog het boek van Michaël Crichton dat Steven had aangezet zijn droom in praktijk te brengen. In de hermaakte versie van King-Kong zag Spielberg wél een mogelijkheid om de dino's terug te creëren. Hij was namelijk gefacineerd door het realisme van de King-Kong-pop, en ging aldus praten met Bob Gerr, de maker ervan. Maar Spielberg besefte dat hij met de 'full-size' dino's alleen er onmogelijke zou komen. Zeker wanneer je ze onberispelijk realistisch wou laten overkomen. Alles moest perfect zijn zodat de mensen konden zeggen; kijk, da's nu een echte dino.
Een ronde-tafel-conferensie werd samen geroepen met als gasten de belangrijkste 'special effect' makers van de tijd; Stan Winston, Phill Tippett, Dennis Muren en Michael Lautieri. Ook al hadden ze nog geen flauw benul waar ze aan begonnen, de bende was meteen te vinden voor het idee. En van start gingen ze; eerst met miniatuurtjes en daarna full-size robots. Er werden mallen gegoten zodat men de dino-huiden had. Deze werden over de 'animatronics' gelegd; een perfecte combinatie van kunst en techniek. De storyboards werden gemaakt in klei voor de perfecte inschatting, en er werd beroep gedaan op dino-expert Jack Horner voor het wetenschappelijk advies. En dat was nodig; want de 'raptors' waren oorspronkelijk door de filmmakers voorzien van een soort hagedissentong, en dat sloeg paleantologisch nergens op. De grootste uitdaging was de bewegingen van de wezens zo knap mogelijk te maken. Eerst opteerde men voor de techniek van de 'Go-Motion'. Een soort stap-voor-stap overgangstechniek die voor het eerst werd gebruikt in '63 in de film Jason and the Argonauts waar het hoofdpersonage vecht tegen een leger skeletten. Phil Tippett verbeterde de Go-Motion nog wat en kwam met een aardig resultaat. Maar voor Spielberg was het nog te schokkerig en nog niet geloofwaardig genoeg. Dennis Muren, die toen bezig was met Special Effects in Terminator 2 had een ongelooflijke computer-technologie ontwikkeld genaamd CGI. De mogelijkheden waren al wel uitgevoerd met wezens in metaal of een andere stof (zie Terminator 2) maar nog niet met een echt levend wezen, maar daar kwam vanaf nu verandering in. CGI bleek dé oplossing voor het creëren van rennende dino's. Op een bijna chirurgische wijze werden alle aspecten van de anatomie der dino's in de computers gebracht en zo verwerkt dat men een meesterlijk resultaat kreeg. |
Voor de echte opnames trok men 3 weken naar Kuai, een eilandje van Hawaï en dit omwille van de visueel sterke omgeving. Steven verkoos ook gewoon goede acteurs boven de toenmalige top-sterren, en dit om de dino's de hoofdrol te schenken. Voorts werd er nog gefilmd op de set in California waar het labo, het bezoekcentrum en de weg waar de T-Rex uitbreekt volledig werden gereconstrueerd. De opnames waren echt niet van de poes. Je had namelijk een mengeling van live-action, robotica, computeranimatie, acteurs en de invloeden van de set die allen in balans dienden gebracht te worden. Een voorbeeld van zo'n moeilijke situatie; de (mechanische) T-Rex breekt uit bij stormweer, en dus uiteraard bij regen. Het beest werd regelmatig té nat en moest afgedroogd worden, en dit niet omwille van de verf die zou uitlopen, maar omwille van gewichtsverandering van de pop die water kon opslorpen en zo uit balans kon geraken.
Ondanks heel wat onvoorziene zaken was men 12 dagen voor de deadline klaar met filmen. Het verder afmaken was een historisch proces. Vermits er 50 CGI-shots nodig waren werd dit verwerkt door drie zalen vol met de krachtigste computers. De animatoren gingen zelf ook op dino-cursus en gingen zowaar zelf lopen als beesten om de bewegingen zo goed mogelijk nadien te kunnen weergeven. Maar het moeilijkste punt was nog de live-camerabewegingen te combineren met computer-dino's. Je merkt het al; echt niet van de poes. En wat voor geluid liet je die beesten nu maken ? Wel, het resultaat komt voort uit een mengeling van bestaande dieren; dolfijn, paard, walrus, havik, ratelslang, brulaap en gans. Knal die geluiden dan nog in de computer en haal er een key-board bij, en klaar is kees. Stand-ins zijn er ook gebruikt waarbij achteraf het gezicht van de acteur of actrice is over gezet. Beste voorbeeld daarvan is de val uit het plafond waarbij de raptor terug opspringt om naar Lex Murphy te happen. Dat was oorspronkelijk een stuntvrouw die het werk leverde. Met CGI werd er een gezicht over gezet. Maar genoeg nu over de achtergrond. Laten we de drie werkjes eens van nabij bekijken. Jurrasic ParkDe eerste J.P. kunnen we zoals zovele originals beschouwen als de beste van de drie. Een mijlpaal in de filmgeschiedenis wat filmtechniek betreft en computeranimatie. Elkeen stond versteld van het realisme-aspect van de dino's, en ook al vulden de beesten slechts een goeie 15 minuten van de film, zij waren de ontegensprekelijke dragers ervan. Hoofdgegeven rond de film was de waanzin achter de senstaielust van de mens. Een steenrijke professor haalt dino-DNA uit een goed geconseveerde prehistorische mug en wordt in staat via genetische manipulatie deze oerbeesten terug op te kweken. Meteen hoopt hij naar The American Dream hier een thema-park rond te kunnen bouwen op een eiland. Met de bedoeling een goedkeuring te krijgen nodigt hij paleontologen, wetenschappers, een verzekeringsmakelaar en zijn twee kleinkinderen uit voor een bezoek aan zijn creatie. Alles ziet er onwaarschijnlijk goed uit maar tegelijk komt er toch een ethische vraagstelling rond zijn werk. Maar dan loopt er iets mis en verliest men alle controle over de wezens. En een dino hou je niet zomaar tegen , zelfs niet met een leiband. De cast werd correct uitgekozen; Sam Neil (Event Horizon, The Piano, Dead Calm), Laura Dern (Rambling Rose, Wild at Heart), Jeff Goldblum (Independence Day, The Fly) en Sir Richard Attenborough (Elisabeth, The Great Escape) vormen de belangrijkste hoofdrolspelers. De film is zacht opgebouwd, maar eens de eerste dino wordt getoond is men zo gefascineerd dat de film je niet meer loslaat. Ook een zenuwslopende spanning bouwt zich zodanig op dat je de film gerust ook als thriller mag klasseren. Hij werd uitgebracht in 93' en was winnaar van de Acadamy Awards voor beste geluids- en visuele effecten. |
The Lost World In '97 kwam dan het langverwachte vervolg. Twee akteurs uit de vorige film; Goldblum en Attenborough waren weer van de partij, maar ditmaal aangevuld met akteurs zoals Julianne Moore (Assassins, Boogie Nights) en Pete Postlethwaite. Tweewerf helaas, overdaad schaadt en meer dino's werden op een rommelige manier ten tonele gebracht. Ook de spannende momenten werden overdreven en op het randje van het belachelijke gebracht. Deze keer moest de film het echt en alleen hebben van de wezens want het verhaal trok op niets. Op een tweede eiland van John Hammond, de steenrijke professor, lopen de dino's vrij rond. Daar was namelijk een reserve kweekstation opgebouwd. Maar premie-jagers hebben het eiland ontdekt en willen zoveel mogelijk dino's vangen om ze over te schepen naar het vaste land. Dr Ian Malcolm en Dr Sarah Harding (Goldblum en Moore) trachten dit echter te verhinderen. The Lost World is clichématig een voorbeeld van een vervolgfilm die er beter niet had kunnen zijn. Trop is te veel, maar de dino's ten tonele blijven fascineren. Jurrassic Park IIIVoor dat de film uitkwam gaven de 'teasers' al aan dat de Tyranosaurus Rex blijkbaar ging worden overtroefd door een ander schattig monster; de Spinosaurus. Maar hulp, wie wenste er nog een derde deel na het geflopte 'The Lost World'. En wederom is hier een cliché van toepassing nml. derde keer, goeie keer ! JP3 draagt iets minder het thriller-effect als de eerste film, maar is des te sensationeler, en om kort te zijn; pure fun !! Ook een terugkomst van Sam Neil en Laura Dern (laatste heeft echter een mini-rol) geven de film een betere kans tot slagen. En zij worden bijgestaan door een lustere William H. Macy en een overtuigende Téa Leoni. Maar wat een suspens wanneer nieuwe en indrukwekkende dino's de show weer komen stelen. En ditmaal in een boeiende kat-en-muis-strijd met overtuigende en geloofwaardige scènes. Dit is allicht mede te dangen aan het feit dat deze keer niet Steven Spielberg maar de jonge Joe Johnston instond voor de regie. Logisch dat vers bloed nieuwe impulsen geeft.
Als je denkt dat in de verste verte een vierde deel ondenkbaar is, dan heb je het mis. De voorbereidingen zijn getroffen om in 2005 een nieuwe dino-club op je los te laten. Misschien hebben we het qua originaliteit hierbij wel gehad maar je weet maar nooit. Algemeen gezien zijn de Jurrassic Park films zeker een absolute must om te bekijken, want ze zijn van historische waarde wat 'special effects' betreft, en ook qua creatie van onbestaande wezens is dit echt wel de crème. Top-amusement verzekerd, maar deel 2 laat je beter onaangeroerd. Kristiaan Goossens |