*
****************
******

REGIE:
Andrew Stanton & Lee Unkrich

*********

*********


MET:
Albert Brooks (Marvin)

Ellen DeGeneres (Dory)

Willem Dafoe (Gill)

*********


USA / 2003 / 100 min.
*********


Verdeler:
Buena Vista International

Visuele pracht in onderwatersaga

Het tijdperk waarin Disney het ene na het andere pareltje afleverde, lijkt voorgoed voorbij. Vergeleken met Beauty and the Beast of The Sleeping Beauty zijn recente Disney-prenten als Spirit of Treasure Planet behoorlijk tamme en ongeïnspireerde werkstukken. Gelukkig blijft zusterbedrijf Pixar inventief als vanouds. Na de sublieme Toy Story-films, A Bug’s Life en Monsters Inc. pakt Pixar deze keer uit met een onderwaterverhaal over een klein visje dat verdwaald is in de grote oceaan.

Nemo is de enige zoon van de lichtneurotische vis Marvin (stem van Albert Brooks). Marvins vrouw en de rest van zijn kroost werden opgeslokt door een paar barracuda’s. Aangezien Marvin niemand meer rest behalve Nemo, beschermt hij zijn zoon tot in het extreme. Op Nemo’s eerste schooldag begeleidt Marvin zijn telg tot op school, terwijl de andere ‘kinderen’ staan te kijken. Nemo is echter een koppigaard die dolgraag de oceaan wil verkennen. Zijn nieuwsgierigheid brengt hem al gauw in de problemen wanneer hij wordt opgevist door een diepzeeduiker. Die transporteert Nemo naar het wateroppervlak. En voor hij het weet, bevindt Nemo zich in een aquarium in een tandartsenkabinet. Nemo’s vader is radeloos. Hoe zal hij erin slagen om een minuscuul visje terug te vinden in zo een uitgestrekt wateroppervlak?

Terwijl Nemo samen met de andere aquariumbewoners – een zeester, een kogelvis, een klipvis en de geheimzinnige Gill (stem van Willem Dafoe) – op zoek gaat naar een ontsnappingsmethode, begint Marvin de oceaan uit te kammen. Hij neemt een andere vis op sleeptouw, Dory, een goede ziel wiens korte termijn geheugen echter niet meer werkt. Marvin dient haar er dan ook keer op keer aan te herinneren naar wie ze op zoek zijn. Tijdens hun queeste zwemmen Marvin en Dory tegen een aantal fraaie creaturen aan. Zo slaan ze op de vlucht voor een paar haaien. Onterecht, zo blijkt, want de drie hebben Fish-Eaters Anonymous opgericht en trachten geen levende wezens meer te eten. Dory en Marvin worden ook geholpen door een paar zeeschildpadden. Ze worden bijna geboycot door een school sinistere kwallen, tot ze uiteindelijk hun doel naderen.

De grote kracht van Finding Nemo schuilt niet in de verhaallijn of de grappen die de dieren uithalen. Die zijn, net als in vorige Pixar-films, op niveau, maar niet vernieuwend. Ook de stemanimatie is sterk als vanouds. Maar de makers van Finding Nemo overtreffen zichzelf deze keer op vormelijk en picturaal vlak. De kleurenpracht van de oceaan is adembenemend mooi. Soms heb je zelf het gevoel dat je onder water zit. Heel wat beelden zijn behoorlijk wazig, een effect dat snorkelaars of duikers wel bekend is. Hierdoor krijg je dromerige taferelen, maar ook snel opduikende en onverwachte gevaren. Wie vreest dat 100 minuten onderwaterpret toch wat teveel is van het goede, kan ik gerust stellen. Net zoals je in Toy Story geeft om speelgoed, leef je hier al snel mee met de vissen. Sommigen hebben ook erg menselijke trekjes, zoals de neurotische Marvin – wat vooral voor volwassen kijkers grappige scènes oplevert. Toch is de humor iets meer op kinderen gericht dan in vorige Pixar-films. Ook het wat piepende stemmetje van Alexander Gould als Nemo irriteert een beetje. Dit zijn echter de enige minpunten uit deze knappe animatiefilm.

Finding Nemo werd geregisseerd door Andrew Stanton, die eerder al instond voor A Bug’s Life, en door Lee Unkrich, de co-regisseur van de Toy Story-films en van Monsters Inc.

Kathy Mathys