| * | ||
** *** *** *** *** ** |
||
*** ****** ****** ****** | ||
![]() |
![]() |
![]() |
REGIE: ********* MET: Jessica Biel (Erin) Eric Balfour(Kemper Mike Vogel (Andy) Erica Leerhsen (Pepper) ********* USA / 2003 / 98 MIN.*********
|
Met de kettingzaag naar Texas. De haag afdoen zal nooit meer hetzelfde zijn. Mijn recensie over de originele Tobe Hooper film van 1974 werd beëindigd met de premisse dat een remake haast onmogelijk beter kon zijn. Moeilijk om toe te geven, ook al om de voorliefde voor de oorspronkelijke, dien ik echter vast te stellen dat de Duitse regisseur Marcus Nispel (geboren te Frankfurt in 1964) de touwtjes stevig in handen heeft genomen en er een huiverend geheel van heeft gemaakt met spanning, schriktoestanden, doe-dat-toch-niet-nagelbijtende momenten gecombineerd met een castmix van onschuldige, voor het grote publiek onbekende, twintigers en geschifte incestueuze Texasinwoners. Verrassend als je weet dat Nispel voordien reclamefilmpjes inblikte en op filmisch vlak enkel zijn steentje bijdroeg aan de videocompilaties van - the horror … the horror - Janet Jackson (waarbij we trouwens ook Swordfish en Gone In 60 Seconds regisseur Dominique Sena opmerken) en Faith No More (de video A Small Victory regisserende). Eigenlijk is de benaming van remake verkeerdelijk en kan hij eerder voorgesteld worden als een vijfde sequel maar omdat hij ten opzichte van die andere er zo met kop en schouders boven uitsteekt, vergeef ik hen het behoud van de oorspronkelijke titel. Want anders dan bijvoorbeeld Gus Van Sant's remake van Psycho (wat dan weer een voorbeeld is van extremiteit in gelijkenissen want haast volledig gekopieerd) zijn er wel wat verschillen ten opzichte van de eerste op te merken. Niet meer het bezoek aan het ouderlijke huis van een overleden grootvader en zijn grafsteen in een streek waar lijken worden opgegraven maar een trip naar het concert van Lynyrd Skynyrd is de reden waarom een vijftal jongeren (het oneven aantal twintigers is wel behouden met een zelfde geslachtsverdeling, namelijk twee meisjes en drie jongens; echter het feit dat één van hen gehandicapt is, werd - en het komt de film eigenlijk ten goede door er een zich de mogelijkheid hebbende te verweren persoon extra te hebben, weggelaten) de streek van Texas bereiken. We merken tevens op dat de tijdsituering is behouden geworden, namelijk eerste helft jaren '70, meer preciezer tussen 18 en 20 augustus 1973. De filmmakers maken hierbij echter wel een klein schoonheidsfoutje door in de hippiecamionnette het liedje Sweet Home Alabama van Lynyrd Skynyrd te draaien, alhoewel dat liedje pas in 1974 werd uitgebracht. Onderweg komen ze eveneens een voorbijganger tegen die ze beter niet hadden opgepikt. Echter ditmaal is het niet een kierewiet geschift personage dat ze mee vervoeren maar wel een - voor de twintigers op dat moment nog niet wetend - medeslachtoffer dat alle levenspedalen heeft verloren en zo in uiterste wanhoop, paniek en angst zichzelf in de camionette een gat door haar hoofd boort (daarop volgt een voorheen niet gezien camerashot vertrekkende vanuit het hol van het hoofd, door het gat van het venster en eindigend met een totaalbeeld van de van, wat een tentoonspreiding is van het kunnen van Nispel). Een soort van I Know What You Did Last Summer dilemma dringt zich op. Gaan we de politie bellen, maar wat doen we dan met de 2 pond smokkelweed die we uit Mexico hebben meegebracht, of dumpen we haar met echter het spijtige gegeven dat de camionette volledig onder haar bloed en hersenen ("Well I guess that's what brains look like... Sort of like... Lasagna...") zit. In tegenstelling tot in de Summerhook-film opteert men voor de tweede keuze maar ook nu zal blijken dat dat niet de juiste is. Lokaal een, dat zou er toch voor moeten doorgaan, pompstation tegenkomend (met dode rottende varkens), probeert men de sheriff te bellen. Ons vijftal wordt verwezen naar een afgelegen pandhuis maar aldaar van een sheriff valt niks te bespeuren. Alhoewel de discussie van het lichaam al dan niet achter te laten (als het de politie al geen reet scheelt, waarom ons dan wel) opnieuw opduikt, laat men zijn humanistische ziel (zou jij willen dat men je zomaar dumpt als afval) spreken. De traditionele volgende, wordt ons vijftal opgesplitst. Erin en Kemper zullen op zoek gaan naar een telefoon, de andere drie (Morgan, Pepper en Andy) blijven bij het lichaam. Interessant in het verder verloop van de film is ongetwijfeld het feit dat de personages 'verplaatsbaar' zijn, ze komen niet zomaar om het leven op de plaats waar ze terecht komen of zijn. De onvoorspelbaarheid komt dat alleen maar ten goede. Erin en Kemper vinden een huis, dat Nispel samen met cameraman Daniel Pearl (die eveneens de camera bediende in de originele legendarische versie en zodoende de klappen van de zweep kende) steevast stilistisch onheilspellend geslaagd in beeld brengen. Dat de binnenkant niet zoveel goeds voorstelt, komt uiteraard door zijn inwoners met Leatherface op kop. Het spel zit op de wagen en houdt pas op tot en met het laatste screenshot. Ondertussen krijgen de drie blijvers toch nog het bezoek van de lokale sheriff die echter even krankzinnig blijkt te zijn als de andere inwoners. De spanning speelt zich zodoende af op twee fronten waarbij het ene niet moet onder doen voor het andere en daardoor shotafwisselingen geen adempauze betekenen. Maak u klaar voor losvliegende ledematen, vleeshaken die het plafond weten te versieren en het bezoek krijgen van levende wezens (haast levensecht in beeld gebracht), dolgedraaide kettingzaagachtervolgingen, krijsende machteloze slachtoffers waarbij de horror op authentieke wijze doet terugdenken aan Hooper's werk. Het hoe, wat en waarom wordt aan de kant gekozen en resoluut kiest men voor een recht toe recht aan rauwe aanpak. Geen flauw gezever over de bazige, haar zoons leven ruïnerende, moeder, geen analyse van de daden van Leatherface, geen diepgang in de personages (zodanig dat je niet zozeer sympathie maar wel medeleven (en -lijden) hebt met hen) maar aanhoudend horrorgeweld, een alles tot zich zuigende akelige atmosfeer waarbij niet de hoeveelheid bloed van tel is maar wel de suggestiviteit van het geweld. Een welgemeende merci aan Nispel die met zijn debuterende prent (en ook voor scenarist Scott Kosar is het zijn allereerste neergepende wapenfeit) hoogstwaarschijnlijk een stop heeft gezet (dat al een aanvang nam met The Blair Witch Project en Wrong Turn) op allerhande Screamadepten. Je merkt dat ook aan de soundtrack. Geen loeihard gitaargetokkel met brullende stemmen vooral bestemd voor opgehitste tiener- en twintigergangers, maar een sobere score (misschien wel iets te sober). De acteerprestaties zijn behoorlijk. Net zoals de originele koos men voor onbekend (maar niet onervaren) jongerengeweld die evenwel, de hedendaagse filmnormen volgende, moeten voldoen aan het stereotype van vrouwelijke stoot (met nadruk op de borsten) en mannelijke bink (met nadruk op een gespierd bovenlichaam). Dat tv-series een springplank kunnen zijn, wordt hier nadrukkelijk opgemerkt. Eric Balfour (Kemper), begin jaren '90 in een bandje spelend samen met de andere rijzende ster Brittany Murphy, startte zijn carrière in Kids Incorporated (young artist award winnende o.a. samen met Jennifer Love Hewitt), maakte ommetjes in o.a. Dr. Quinn, Medicin Woman, NYPD Blue, Chicago Hope en The West Wing en recent kennen we hem van Six Feet Under en het prestigieuze 24. Vanuit What Women Want en Secondhand Lions belandde hij dus in deze horrorfilm waar hij een volwassen wordende weedtwintiger met enig charisma neerzet. Zijn schatje, en geloof me dat is ze, is Jessica Biel (Erin). Alhoewel zij de belangrijkste rol inlevend inspeelt met een mix van uiteenlopende emoties en krijsend gehuil zal niettemin de aandacht volledig gericht zijn op haar wet t-shirt (of toch dat wat er zich onder bevind) en haar spannende, in perfecte vormen passende jeans (en dat wat er zich onder bevind). De ster uit 7th Heaven (waar ze wou uitstappen maar doordat ze stuitte op een njet van de producers, besloot ze naakt te poseren in Gear Magazine (help, waar is dit nog te vinden) en door de controverse daaruit volgende werd ze er toch uitgeschreven. Omdat haar filmcarrière evenwel niet ontplooide, doet ze nog regelmatig gastoptredens) ontpopt zich hier tot een echte babe die misschien mede door haar hoofdrol naast Wesley Snipes in het martial art gerichte derde deel van Blade definitief de poorten krijgt geopend naar goedbetaalde contracten. U zal ons daar niet om horen klagen. De minst bekende bink is de in Grounded For Life televisieserie acterende Mike Vogel (Andy) die ook hier niet echt zal opvallen maar wat wil je met een afgezaagd been hangend aan een vleeshaak. De achtervolging van Leatherface op hem door een resem waslijnen volhangend met zeker niet met Dash gewassen wit linnen is een beklijvende bijblijver. Opnieuw naar de jongens toe die er een tweede schaars geklede krullebollende babe bijkrijgen met Erica Leerhsen (Pepper, de naam zegt genoeg) reeds ervaring opgedaan in het tweede deel van The Blair Witch Project maar hier nogal bleek acterend. Haar karakter komt het minst op de voorgrond en ook haar doodscène krijgen we niet volledig te zien. Tot slot is er ook nog de onder de weed acterende hippieboy Jonathan Tucker (Morgan), die je kan herkennen vanuit The Virgin Suicides en The Deep End. Tucker speelt op geslaagde wijze de dwarsligger maar vooral zijn getoonde kwetsbaarheid bij de dialoog met de sheriff is een uitstekende performance. Aan de andere zijde heb je uiteraard Leatherface. Aanvankelijk vertolkt door Gunnar Hansen (niet vergeten want werd gevraagd om de rol van de trucker op het einde van de film te spelen maar hij weigerde), daarna door Bill Johnson, R.A. Mihailoff en Robert Jacks is het nu de beurt aan Andrew Bryniarski (u zou het niet zeggen maar het is een geboren Amerikaan) die helemaal niet zo onbekend lijkt te zijn bij de castingbureaus want hij o.a. werd gevraagd in Hudson Hawk (hij was gewoon in Hollywood op zomervakantie maar castingmensen van Joel Silver spotte hem en zonder dat hij het zelf besefte stond hij aan de zijde van Bruce Willis), Batman Returns, Pearl Harbor, Rollerball en Any Given Sunday. Als je weet dat hij 1.93 meter meet en een fameuze bodybuilder is, dan weet je eveneens dat hij geknipt is voor de kolossale opdracht om een kettingzaag al lopende stabiel te houden. Tevens zal hij, Michael Myers in Halloween 5 volgende maar zonder het huilegebalk, zijn masker afdoen wat een ugly mothafucka prijsgeeft. Zijn rol houdt weinig om het lijf want men onderzoekt geen diepgang in de personages maar hij slaagt in wat hij moet doen: rondlopen met de kettingzaag met een menslederenhuid-outfit (we zien hem letterlijk truien naaien van mensenhuiden, het zou niet mogen maar 't is eigenlijk een grappig moment) en met zijn brede torso een creepy uitstraling weergeven. Speciale vermelding is natuurlijk nodig voor de geschifte sheriff, vertolkt door R. Lee Ermey. Klinkt hij niet zo bekend in de oren? Huur of koop eens Full Metal Jacket en de vuilbekkende drill instructor (aanvankelijk was het de bedoeling dat hij voordeed hoe het moest, hij was immers effectief 10 jaar (van 1961 tot 1971) sergeant in de US Army, maar omdat hij zo overtuigend was, heeft men de oorspronkelijke lergerleider de laan uit gestuurd) met memorabele quotes ("Who said that? Who the fuck said that? Who's the slimy little communist shit, tinkle-toed cocksucker down here who just signed his own death warrant? Nobody, huh? The fairy fucking godmother said it! Out-fucking-standing!" is één van de vele voorbeelden; gewoon zien die film), wel dat is hem. Veelal wordt hij getypecast voor militaire rollen en dat zit er nu dus ook niet zo ver van als de sheriff in een godverlaten Texasdorp (de opnames vonden plaats in Lance Armstrong's thuishaven Austin, Texas). Alhoewel Leatherface de boeman is, is het vooral Ermey die de show steelt met een grab your balls performance. Akkoord aan het originele van Hooper kan niet getipt worden en alhoewel Michael Bay (aanvankelijk verzocht om de prent te regisseren) hier optreedt als producer met in het achterhoofd er zoveel mogelijk winst uit te halen (waar hij tevens is in geslaagd met op het einde van 2003 een opbrengst van meer dan 80 miljoen dollar enkel in de US en dit tegenover een budget dat de 10 miljoen nog niet bereikt), heeft Nispel de authenticiteit (het begin en einde is zelfs in een soort van Blair Witch documentairestijl gedraaid en ook het lage budget zal hierin zijn rol hebben gespeeld), ruwheid (het zich niks aantrekkende en tot inteelt gewezen volkje) en schokkende gruwel (met meer achtervolgingen, meer afgehakte ledematen) kunnen behouden en het enkel naar hedendaagse normen ontplooit (o.a. geen amateuristische belichting). Laat u niet vangen door de slechte perskritieken die alleen maar lovend willen zijn wanneer er klasrijke cinefiele films zijn en al onmiddellijk het hoofd schuddebollen wanneer ze de naam van Bay zien, want het enige dat we de film kunnen verwijten is het niet meer originele scenario want reeds meermaals gebruikt maar wanneer men het niveau hoger kan optillen dan al het gene wat gepasseerd is, is dit een verademing. Neenee, de prent is helemaal niet afgezaagd. Bruno Pletinck |