Homepage filmsalon
****************
***********

REGIE:
Kore-Eda Hirokazu

*********

*********


MET:
Yuya Yagira (Akira)

Ayu Kitaura (Kyoko)

Hiei Kimura (Shigeru)

*********


Japan / 2004 / 141 min.
*********


Verdeler:
Cineart

Verlaten kinderen in piepkleine flat

Dit jaar werd het Gentse filmfestival gewonnen door Nobody Knows, een gefictionaliseerd docudrama dat ook al in Cannes op veel positieve kritiek kon rekenen. Regisseur van dit klein juweeltje is de Japanner Kore-Eda Hirokazu, bekend van After-Life. Zijn vorige film Distance ging over de nasleep van een terroristische aanslag op de metro in Tokyo en had dezelfde melancholische, verstilde toon als Nobody Knows.

Kore-Eda vertrekt vanuit waar gebeurde feiten. In 1988 werden een viertal kinderen in een flat gevonden, die er door hun moeder waren achtergelaten. De oudste van de kinderen trachtte te zorgen voor de anderen en maanden gingen voorbij vooraleer de buren iets opmerkten. In Nobody Knows worden vier kinderen aan hun lot overgelaten, wanneer hun moeder er vandoor gaat met haar zoveelste verovering. De kinderen hebben allen een andere vader maar zijn aan elkaar gehecht en willen niet in pleeggezinnen ondergebracht worden. Dan zouden ze immers niet langer samen kunnen blijven.

De oudste van de vier, Akira, die eigenlijk al het huishouden runde voor zijn moeder het aftrapt, tracht op allerlei manieren te zorgen voor zijn zusjes en zijn broertje. Zijn moeder liet hem maar een paar duizend yen en Akira gaat dan ook bedelen bij de respectievelijke vaders van zijn broer en zussen. Hij krijgt ook wat hulp van een bediende in de supermarkt, die verder geen vragen stelt over de thuissituatie van Akira.

In de eerste helft van de film toont de regisseur aan de hand van heel eenvoudige maar sublieme scènes hoe het huishouden ontregeld geraakt. Aanvankelijk eten de kinderen nog samen met de moeder. Tijdens een tweede maal is het al middernacht en maakt een beschonken moeder haar kroost wakker voor wat meeneemsushi. Wanneer de kinderen alleen zijn, behelpen ze zich met wat noodles en vermicelli. Het zijn ingetogen, intimistische scènes, die des te schokkender zijn omdat je aan de hand van die eetmomenten ziet hoe het gezin desintegreert. Wanneer Akira 's nachts zijn jongste zusje op papier hoort kauwen, weet je als kijker dat het grondig fout loopt.

Terwijl de kinderen in het eerste deel van de film nog wel vrij gelukkig lijken in hun bizarre universum van tekenpotloden en meeneemnoodles, is deel twee onmiskenbaar droevig. Het huis begint vreselijk te stinken en Akira's uiterlijke transformatie, van brave schooljongen tot halfverwilderde tiener, spreekt ook boekdelen. Kore-eda levert met zijn knappe film duidelijk kritiek op de Japanse maatschappij, die zo geobsedeerd is door groepsethiek en die dit toch kon laten gebeuren. Ondanks Kore-eda's verontwaardiging blijft Nobody Knows een rustige film, die nooit sentimenteel wordt, zelfs niet op de meest dramatische momenten.

Op filmisch vlak is dit een pareltje. Nobody Knows balanceert ergens op de grens tussen documentaire en naargeestig sprookje en dat merk je ook aan de beelden. De camera zit de personages dicht op de huid en er zijn heel veel close-ups van gezichten, voeten en handen. De regisseur filmde chronologisch gedurende 12 maanden. Hij gaf zijn niet-professionele cast geen script maar vertelde hen dag na dag wat er gebeurde. Hij liet ook veel ruimte voor improvisatie, wat je duidelijk merkt aan de schitterende, ongekunstelde acteerprestaties.

Kathy Mathys