| Homepage filmsalon | ||
**** **** **** ****![]() |
||
| THE PIANO TUNER OF EARTHQUAKES |
REGIE: ********* MET: César Saracho Amira Casar Gottfried John ********* UK - Duitsland / 2005 / 98 MIN.*********
|
"'Bad" of "it's so bad it's good"? Deze film is de meest bizarre - zeg maar aparte - ervaring van de laatste jaren. Het leek wel alsof de zaal voor de helft gevuld was met fans van de gebroeders Quay en zodoende perfect op de hoogte waren van hun kortfilms die een universum omvatten van marionetten en spoken en daarmee op allerhande festivals reeds talloze awards in de wacht mochten slepen. Het andere deel van de zaal had van de regisseurs - moet je dat uitspreken als 'gay'? - nog nooit gehoord maar wilden op basis van de verleidelijke tekst in de filmcatalogus hun werk ontdekken. Het resultaat was navenant. De helft van de zaal kreunde en blaasde bij de voorgeschotelde beelden en verliet ontgoocheld na een uur de zaal. De andere helft keek fascinerend toe en applaudisseerde bij de aftiteling. Waartoe behoorde ik? Tot de eerste helft, maar ik heb hem wel volledig uitgekeken, een aantal rustpauzes niet te na gesproken die verstoord werden door vertrekkende bezoekers. Nochtans werd aan mijn aandachtsbel getrokken bij de opening credits wanneer bij de producers de naam verschijnt van Terry Gilliam. Echter, zijn laatste wapenfeit - The Brothers Grimm - wees er op dat 's mans genialiteit intact was maar dat hij de feeling met het witte doek verloren was. En eenzelfde besluit kan eigenlijk gegeven worden aan de prent die hij hier 'uitvoerend produceerde'. De Quay broeders kwamen hun film zelf voorstellen en ik begreep dat het opzet er in bestond een zowat licht poëtische science-fiction film te creëren. Ik vermoed dat ze daarin geslaagd zijn maar het aantal volgelingen zal voor hen helaas beperkt zijn. Lichtjes gebaseerd op de novel 'The Invention Of Moral' van de Argentijnse schrijver Adolfo Bioy Casares worden we meegenomen naar, tja welk tijdperk zou dat kunnen zijn (Engelse 18e eeuw?). Het verhaal brengt ons alvast tot Malvina, een mooie en beroemde operazangeres wiens hemelse stem de aandacht trekt van de gestoorde Dr. Droz die - doorheen de film blijkt - macht heeft over de elementen leven en dood via mysterieuze machines. Hij besluit haar on stage te vermoorden en te ontvoeren waardoor het hart wordt gebroken van de operadirigent Adolfo die met haar verloofd was. Dr. Droz neemt haar lichaam mee naar een geheimzinnig en absurd eiland (hoor ik u daar The Island Of Dr. Murnau zeggen?) waar hij Malvina terug tot leven wekt en zelf een diabolische opera voorbereid waar zij de ster in moet zijn en waar tevens haar oorspronkelijke dood en ontvoering in wordt opgenomen. Zijn duistere opera wordt begeleid door bovennatuurlijke muzikale machines maar één daarvan dient gestemd te worden. Een job dus voor - als u goed gevolgd heeft, weet u het antwoord - Felisberto, the piano tuner. Neen inderdaad, u had dit antwoord niet kunnen voorzien maar in Felisberto herkent Melvina Adolfo en of hij het nu is of niet, de twee groeien naar elkaar toe en willen uit de greep geraken van Dr. Droz, ook nog zeer tegen de zin van Assumpta, de huishoudster van het bizarre atelier van Dr. Droz. U merkt dat het verhaal een fluitje van een cent is om volgen… Het scenario is een bolwerk van spinnenwebben (bovenstaande is waarschijnlijk een simplistisch relaas) waar je in blijft steken maar de uitgang niet meer kunt vinden. Het acteerwerk beperkt zich tot vier actoren die zich in een poppenspelset bevinden. Je hebt César Saracho als Adolfo/Felisberto die doet terugdenken aan het vroegere werk van de Quay broeders omdat hij het uitzicht heeft, en ook zo acteert, van een marionetpop; Engelse exotische beauty Amira Casar die verbazend veel in Franse films speelt en hier weet staande te houden; Gottfried John (die je kent van Goldeneye, Asterix & Obelix contre César en Proof Of Life) die echt een bizarre en onbetrouwbare uitstraling heeft; Assumpta Serna die voor enige menselijk herkenbare toets zorgt. Het verhaal is enorm, maar dan ook enorm traag alsof één seconde pas voorbij is wanneer er eigenlijk al tien dienden gepasseerd te zijn en de diepe zware narratieve stem versterkt dit gevoel alleen maar. Maar wat wel goed is (naast de titel die wel iets fascinerends heeft), is de setting en de visuele flair. Het decor doet echt denken alsof de hersenspinsels van Tim Burton en Terry Gilliam een kortsluiting met elkaar gehad hebben. Het is onrealistisch maar betoverend hypnotiserend, het is hemels maar ook verleidelijk onheilspellend. Poëtische science fiction zeg maar dat gekenmerkt wordt door een gotische korrelige regie. Helaas gaat hier slechts een zeer klein publiek door gefascineerd geraken. Anderen zullen sowieso al afhaken bij het enorm trage tempo van de film of geven hun doorzettingsvermogen op wanneer ze - en dat kan al vroeg zijn - de rode draad van het verhaal kwijt zijn. Het hangt dus af aan welke zijde je je bevindt. De Quay broeders verklaarden dat ze het zelf graag anders hadden gezien (misschien als hun doorbraakfilm) maar dat productieproblemen hun plannen overhoop haalden. Ik vermoed zo een klein beetje dat ze dan beginnen zoeken zijn naar een manier om een 'it's so bad it's good movie' te maken en dat ze dit via allerhande festivals ook zo willen laten overkomen. Het kan, de reactie van het publiek wijst alvast die richting uit, maar nogmaals het is een kleine kern die dat kan appreciëren. Als je hem gaat ziet, veel succes, het is een echte uitdaging!Bruno Pletinck |