Homepage filmsalon
****************
***


2004, USA

Regisseurs:
Bibo Bergeron
Vicky Jenson
Rob Letterman

Acteurs:
Will Smith (Oscar)
Robert de Niro (Don Lin)
Martin Scorsese (Sykes) Angelina Jolie (Lola)

Duur: 90 min.

Verdeler:
UIP

Kopje onder

1998. Op 2 oktober brengt Dreamworks Antz uit, een animatiefilm over mieren. Een maand later komt rechtstreekse concurrent Disney samen met Pixar opzetten met A Bug's Life, een animatiefilm over mieren. Ongeacht het feit dat Disney makkelijk boven de 150 miljoen box-office recette gaat en Dreamworks niet eens de 100 miljoen passeert, leerde men toch zijn lesje. Wanneer dan ook in de geruchtenmolen van het animeerwereldje verhalen de ronde deden over fishstories, haastte Disney zich om als eerste hun Finding Nemo te lanceren. Het was eigenlijk niet lanceren, het was meer bombarderen met een recette die boven de pan van de 300 miljoen dollar uitswingde. En zodus komt Dreamworks (toch ook de makers van Shrek), ook al beweert men dat men al lange tijd met de film in de weer is, met drijvende pootjes nu aanzetten met hun Shark Tale (anderzijds zijn ze wel de Pixarconcurrent The Incredibles met een maand te snel af). Om eerlijk te zijn, aan de kassa doen ze het niet slecht, cijfers spreken voor zich. Op het witte doek echter doet zich een heus déjà vu gevoel voor, gevoelens spreken ook voor zich, en blijkt hun animatie slechts een flauw afkooksel te zijn van de schitterende entertainende Nemoverhalen.

Het productiehuis van Jeffrey Katzenberg en Steven Spielberg neemt u mee naar een heuse onderwaterversie van Times Square, tv-commercials of nieuwsbulletins op grote videoschermen, flashy neonlichten die Coral Cola aanprijzen en torenhoge penthouseflats (wolkenkrabbers was in deze aquariummaterie niet de juiste term) incluis. Het is hier dat Oscar zich niet bevindt. In feite is hij een working class nobody die zich enkel een zicht kan permitteren op die voor hem onbereikbare luxe, rijkdom en faam. Hij haat zijn job als tongschrobber in de whale wash dat in handen is van Sykes, een zichzelf opblazende vis met connecties bij de lokale maffia. Oscar wil echter The American Dream najagen, opklimmen van zero tot hero en leent een bom geld bij Sykes die hij echter niet kan terugbetalen. Sykes geeft de opdracht aan zijn Rastakwallenknechtenduo Oscar een lesje te leren dat hij nooit zal vergeten, nooit zal kunnen navertellen.

Het is daar waar ook de haaienstory op het voorplan komt. De onderwaterrif wordt eigenlijk geleid door de maffia, aangevoerd onder het peetvaderschap van Don Lino. Hij wordt al een dagje ouder en wil zijn business doorgeven aan zijn twee zonen. Je hebt Frankie, een wreedlustige haai van de old school waar maffiavaders alleen maar trots op kunnen zijn en je hebt Lenny, een sweetheart van jewelste die geen enkel visje in de oceaan kwaad kan doen omdat hij vegetariër is geworden. Een schande uiteraard voor de familie (de scène met de garnalen is genietbaar) en Frankie krijgt de opdracht om zijn wussybroer te leren doden. Echter, Frankie wordt doorboord door een anker van een schip en laat daarbij het leven. Laat dat net op de plaats zijn waar ons kinetisch kwallenduo Oscar wat elektrische shots aan het toedienen zijn. Zij sloegen op de vlucht voor de haaien, Oscar redt zich uit zijn beknevelde situatie en ziet de haai dood liggen. Niet verlegen om een leugentje voor bestwil, roept hij zichzelf uit tot de "Shark Slayer". Zijn populariteit schiet de hoogte in, krijgt een fameus penthouse met betoverend uitzicht, hij geniet naam en faam en wordt aanbeden door de female fish. Vooral sexy Lola en trouwe Angie, al jaren aan de zijde van Oscar, liggen in balans voor de vin van Oscar. Die laatste denkt zijn broodje gebakken te hebben, ware het niet dat de haaienfamilie weerwraak wil voor de dood van Frankie. Zij weten immers niks van het ankerincident aangezien Lenny als koraaleter niet terug wil, meer nog hij zoekt onderdak bij Oscar. Hoe het verder blubt, kunt u zich wel inbeelden of ontdekken op het waterblauwe doek.

De grote verdienste van Shark Tale betekent meteen een grote hinderpaal. De makers zijn er succesvol in geslaagd hun vissticks te kneden naar het uiterlijk van hun stemmenverzorgers. Oscar heeft de lippen van Will Smith, Sykes heeft de grote wenkbrauwen van Martine Scorsese, Don Lino heeft die legendarische grijns van Robert De Niro, ga zomaar door. Het probleem hierbij (voor mij) is dat je niet meer het onschuldige van de animatie of van de creaturen ziet maar wel de acteurs. Bij Finding Nemo of Shrek bijvoorbeeld zijn de karakters zo hartveroverend en hun queeste boeiend dat we vergeten naar een animatiefilm te zitten kijken. Dat gevoel heb je niet bij Shark Tale. Het verhaal is niet episch genoeg, de karakters minder inlevend.

De makers hadden ook hun invalshoek kunnen veranderen. In tegenstelling tot de titel is immers het hoofdpersonage niet Lenny, the shark maar wel Oscar. En Will Smith is te veel de hyperkinetische op hip hop deunen gebaseerde onzin uitkramer dat het vermoeiend wordt om naar hem te blijven luisteren. En als hij dan ook nog eens een knoert van een zedenles gaat preken op het einde van de film, voelt dat wel heel erg aan als zijnde van de zoetmelige pot gerukt. Men had beter hetzelfde principe toegepast als bij Shrek waar een Eddie Murphy een glansprestatie neerzette als een nevenkarakter. Nu, Jack Black als de haai Lenny in de hoofdrol zou misschien ook te druk geweest zijn alhoewel zijn karaktertekening, een aantal manische buien over het hoofd gezien, behoorlijk rustig en sympathieopwekkend is. Angelina Jolie als de valse verleidster, Renée Zellweger als Bridget Jones met bubbels, De Niro in een alweer zichzelf parodiërende rol zijn behoorlijk te noemen al blijven ze niet bij als karakter. Het is vooral Martin Scorsese die als enige van de zeskoppige castaffiche de show wat weet te stelen. Het is dan ook spijtig te moeten zeggen dat Shark Tale met zulk een sterrencast het vooral moet hebben van de nevenpersonages. De garnalen zijn hilarisch, Vincent Pastore als raadgever van Don Lino in octopusvorm zorgt ook voor grappige momenten en Doug E. Doug en Ziggy Marley als de kwallen Ernie en Bernie kunnen wat rasta one-liners hebben.

De vraag die je kunt stellen is, gaat Shark Tale - in het Nederlands de titel meegekregen van Haaiensnaaier, u mag hier zelf kritiek op geven - een publiek kunnen bereiken? Je kan verwachten dat hij in de eerste plaats voor het jonge publiek gemaakt is maar zal dat jonge geweld wel de instincters naar de twee generaties achter ons liggende Jaws en The Godfather of het + 16 jarig gelabelde The Sopranos begrijpen? Volwassenen zullen dan weer wel die instincters naar klassiekers kunnen appreciëren (want jawel, er zitten een aantal goeie woordspelingen (de 'what' dialoog tussen Scorsese en De Niro) of referentiejokes tussen) maar gaan dan weer afknappen op het toch wel lullige scenario en in tegenstelling tot Nemo het minder visueel indrukwekkende aquarium. In een goeie bui zou ik durven zeggen dat het te maken heeft met onze animatieverzadiging maar de conclusie blijft toch hetzelfde: men doet te hard een geforceerde poging om grappig te zijn of om zijn personages te doen lijken op hun acteurs zonder van hen innemende karakters te maken zodat het geheel weet te verdrinken. Shark Tale gaat kopje onder. Blub, blubber, blubst.

Bruno Pletinck