![]() |
||
![]() | ||
![]() |
![]() |
![]() |
Regisseur: Shari Springer Berman, Robert Pulcini Cast: Paul Giamatti, Hope Davis, ... Duur: 101 min. Release: TBC Verdeler: TBC |
Not another comic book adaptation Hier is het een rariteit, maar over de zee is het verzamelen van ‘comic books’ een populariteit. De grote reden ook waarom er – met wisselend succes – verfilmingen van komen. De vorige jaren kwamen vooral ‘marvel’-strips aan bod. Denk maar aan X-men (2), Spider-Man, Daredevil, The Hulk. Steeds rinkelde de kassa omdat de overgrote massa wou zien met welke special effects een strip en hun held tot leven werd geroepen. Wegens de big-budget aanpak (Spider-Man bijvoorbeeld werd met een budget van 139 miljoen dollar gerealiseerd waarvan er het al 115 miljoen kon recupereren in het openingsweekend) kon men ook niet-stripkenners overtuigen om een bezoekje aan de bioscoop te brengen. American Splendor gaat eveneens over een comic book. Alleen zul je tevergeefs zoeken naar webgooiende, blinde, groengeworden, uit de kluiten gewassen speciale wezens. American Splendor (zowel de strip als de film) brengt immers een verhaal dat zomaar uit het werkelijke leven wordt gegrepen. We volgen het leven van Harvey Pekar. Hij werkt als dossierclasseur in het lokale ziekenhuis. Niet de ideale – want monotome – job, maar de routine helpt hem wel als compensatie om zijn obsessief-compulsieve neigingen in het verzamelen van comic books, romans en jazzplaten in toom te houden. De communicatie met de medewerkers omvat zowat alles, van rock’n roll en de achteruitgang van de Amerikaanse cultuur over de nieuwe smaken van ‘jellybeans’ (geleisnoepjes) tot het leven zelf. Zijn beste maat is Toby, iemand die trots is om een nerd te zijn. Harvey’s huis is volgestampt met strips, boeken en jazzplaten, dus wat hij thuis doet, is lezen en jazz beluisteren. Hiervoor schrijft hij ook recensies. Om zijn collecties uit te breiden gaat hij naar garageverkopen. Op één daarvan ontmoet hij dezelfde interesse delende Robert Crumb. Deze groeit uit tot een internationaal populaire underground comic book writer. Na een knappe soortgelijke Who Framed Roger Rabbit-scène in de supermarkt over het strategisch uitpikken van de kortste kassarij, die mislukt, is ook Harvey vast besloten om iets van zijn leven te maken en hij start zijn eigen comic reeks. Crumb zorgt voor de tekeningen. Is dit zo speciaal? Wel ja, hij schrijft immers over zijn dagelijkse gebeuren op het werk, op de bus, in de winkel, noem maar op. Een gewone man schrijft op grappige wijze gewone autobiografische gebeurtenissen (of hoe gewone gebeurtenissen grappig kunnen zijn). Waar we nu webcams en reality tv genre big brother en dergelijke meer hebben, was er Harvey Pekar met zijn autobiografische comic books, American Splendor, waarvan de eerste in 1976 uitkwam. Alhoewel de reeks erkenning krijgt, blijven de jaren ’80 voor Pekar dezelfde als de jaren ’70. Alhoewel, … een zekere Joyce start een correspondentie met Pekar omdat haar hippiepartner van een comic book winkel het laatste nieuwe American Splendor exemplaar verkocht heeft, en zijzelf het nog niet gelezen heeft. Joyce groeit al snel uit tot Harvey’s derde vrouw (Joyce: “I think we should skip the whole courtship thing and just get married.”). Harvey raakt meer bekend, mag opdraven in The David Letterman Show, maar krijgt wel kanker. Die probeert hij aan te pakken door er comic books over te maken. Ook deze film is het voorwerp van de voortzetting van de stripreeks. De nimmer gescheiden, want getrouwde regisseurs, Shari Springer Berman en Robert Pulcini, die voordien met succes een drietal documentairefilms maakten, brengen dit biografisch verhaal op een hoogst originele manier. Er is immers niet één Harvey Pekar maar verschillende. Je hebt de acteur Paul Giamatti, de echte Harvey Pekar, de comic book Pekar en de documentaire-footage archive Pekar. Deze verschillende maar toch dezelfde karakters worden op zorgvuldige wijze door elkaar gebruikt. De echte Harvey Pekar die bijvoorbeeld zegt “this is the guy who’s is playing me”, Paul Giammati die naar de Letterman show stapt terwijl we op Nixon-wijze op de monitor waar Joyce het gebeuren volgt de echte documentairebeelden te zien krijgen… Je krijgt dus een originele combinatieaanpak van vertelling, documentaire en animatie. Hierdoor komt echter het dramaverhaal niet volledig tot zijn recht. Paul Giammati brengt hier een ware tour de force als vertolker van Harvey Pekar. Niet echt een verrassing, want hij wordt steeds door grote regisseurs in grote films gevraagd (Saving Private Ryan, Man On The Moon, Donnie Brasco, The Truman Show,…), maar hier als gewichtdrager zet hij de film op geloofwaardige wijze volledig naar zijn hand. Joyce wordt gespeeld (maar af en toe afgewisseld door de echte Joyce, je zal wel aan de regie gewend raken) door Hope Davis, die we kennen van Arlington Road, About Schmidt en de andere festivalfilm The Secret Lives Of Dentists. Misschien minder overtuigend, doch niet storend. Op 20 januari 2003 kende deze film zijn première op het Sundance Film Festival waar hij al meteen de Grand Jury Prize meegraaide. Ook in Cannes, Deauville en Edinburgh werden de regisseurs gelauwerd voor hun aparte combinatieaanpak van fictie en realiteit. Zelf vind ik het effectief een originele aanpak met degelijke regie en geloofwaardige acteerprestaties (nogmaals Giammati is schitterend), maar het verhaal vond ik niet aangrijpend genoeg om mij geheel te kunnen overtuigen. Misschien omdat de laatste festivalloodjes beginnen door te wegen en ik door het bos de bomen niet meer kan zien, maar het was een film over ordinary people in an ordinary life en daarom vind ik hem ook ordinary good. Bruno Pletinck |