Homepage filmsalon
****************
*********

REGIE:
Takashi Shimizu


*********


MET:
Sarah Michelle Gellar (Karen)

Jason Behr (Doug)

Clea DuVall (Jennifer)

Grace Zabriski (Emma)

*********


USA / 2004 / 106 MIN.
*********


Verdeler:
Independent Films

They say that when someone dies in a powerful rage. A curse is made.

Mijn beste heer Takashi Shimizu. Toen ik ergens vorig jaar op een stormachtige avond (en ja, ik heb het over het weer) het dvd-schijfje van Ju-On The Grudge liet afspelen, had ik tijdens deze privé-voorstelling de intensie om uw film uit te roepen tot één van de beste horrorfilms van de laatste jaren. Het genre is mij lief, mijn thrillerlimiet ligt tamelijk hoog maar toch kwamen af en toe mijn haren recht, schuifelde ik links en rechts in mijn zetel bij bepaalde scènes waar de spanning gewoonweg te snijden was. Alleen vraag ik mij af, waarom dat einde? Zo onduidelijk, zo open, zo abrupt, het was een koude douche die je in putje winter over je heen krijgt. Ja, ik was wat ontgoocheld. Misschien moest het wel zo want die winnaar van de Chrystal Skull Award op het Screamfest was een derde in een reeks Ju-On films en een vierde moest nog komen. Toch voor de kijker van deze film op zich kwam het einde veel te teleurstellend over.

Maar dan krijgt u van de Amerikanen, meer bepaald van Ghost House Pictures die hier aan hun debuutproductie toe zijn maar later dit jaar ook nog op de proppen zullen komen met Boogeyman en Rise en nog later de remake van The Evil Dead zullen financieren, een slordige tien miljoen dollar in uw handen gestopt en mag u alles eens fijntjes opnieuw doen, krijg je dus de kans om je eigen creatie naar een breder westers publiek te presenteren en de minpunten, dat einde dus, te verbeteren.

Bij uw eigen remake valt de enorme gelijkenis op met uw Japans origineel exemplaar. Een vergelijking maken met wat Gus Van Sant deed met Psycho is niet volledig op zijn plaats hier, maar ik moet toch wel toegeven dat er heel wat déjà-vu gevoelens opborrelden bij talrijke scènes. Een absoluut minpunt vond ik dat echter niet. Ik begrijp immers dat wanneer u een derde Ju-On film maakt op twee jaar, je geen tijd hebt om er originaliteit aan toe te voegen (Ju-On The Grudge, Ju-On The Grudge 2, welke eigenlijk al respectievelijk Ju-On 3 en Ju-On 4 zijn aangezien Shimizu in het millenniumjaar al twee televisieversies van Ju-On had gemaakt). Ook zal het merendeel van het westerse kijkerspubliek niet op de hoogte zijn van het feit dat dit een remake is en zullen ze nog niet op de hoogte zijn van the curse in dit genrefilm (de J-horror genaamd). Je zou dus kunnen zeggen dat Ju-On The Grudge voor een oosters kijkerspubliek is gemaakt en deze The Grudge voor het andere werelddeel. En je past je daar dan ook perfect aan aan dat publiek door een haast volledig Amerikaanse cast door je film te laten lopen.

Sarah Michelle Gellar - my name is Buffy, Buffy The Vampire Slayer - draaft dan ook op als de Amerikaanse uitwisselingsstudente Karen die samen met haar vriendje (Jason Behr) in het chaotische Tokio verblijft. Verliefd zijn ze wel, maar de tijd hebben om dat te uiten zal er niet inzitten. Als sociaal werkster in opleiding krijgt ze de kans om een dementerende Amerikaanse vrouw te verzorgen. Na de doolhof van Tokio te hebben ontsluierd (en verbaasd te zijn dat iedereen daar Japans spreekt …), komt ze aan bij het akelige huis waarbij je van in het begin te weten krijgt dat er een vloek op rust. Iedereen die het huis binnentreedt, zal eveneens, uiteraard na wat thrillermomenten te hebben beleefd, het eeuwige leven binnentreden. Wat interessant is voor de kijker, vanaf het moment dat Karen vermoedt dat er iets niet pluis is met het huis, belt ze om hulp ("the whole time I was in that house I felt something was wrong"). Zo kunnen dus nog meerdere mensen het huis betreden, heeft de vloek en de creepy geesten die de vloek vertegenwoordigen hun werk en kan de kijker meermaals naar het puntje van zijn stoel kruipen. Veel meer story zit er echt niet in, maar bij dit genre hoeft dat ook niet, als het maar efficiënt gebracht is.

Je moet het Shimizu nageven. Ondanks de Amerikaanse productiebazen heeft hij zijn eigen stijl behouden en zijn film niet verwesterd door er met kettingzagen, haken of slagersmessen een regelrecht bloedbad van te maken. Neen, hij behoudt zijn traag maar ijzig tempo waarbij hij alle rationaliteit aan de kant schuift en met Ringu-thrillermomenten, vergezelt van een eng jongetje met gitzwarte ogen (Yuya Ozeki die zijn rol herhaalt), Japanse gonggeluiden en een klevende soundtrack, u meermaals de stuipen op het lijf jaagt. Je moet hem ook het volgende nageven. Amerikaanse acteurs of niet, zijn wil is wet. Ook al heet je dan Bill Pullman, als Shimizu zegt in de eerste zestig minuten van de film moet je zelfmoord plegen dan heeft de immer verdwaasd kijkende Pullman daar niks op te zeggen en moet hij uit een raam springen. Van een verbazende opener gesproken! Nog geen minuut later valt er reeds een tweede lijk uit de kast en vooraleer de opening credits beginnen te lopen, zit je al meteen met twee doden op je maag. Ik moet het hem meegeven, hiermee heb je direct de aandacht van het kijkerspubliek mee en zitten ze meteen in de juiste Japanse horrorsfeer. Een positieve bijdrage wordt ook geleverd door de plaats waar de film werd opgenomen. Shimizu wou zijn eigen remake immers niet buiten de grenzen van Tokio opnemen, meer nog het huis, het sociale werkcentrum, gebruikte appartementen, straten en winkels van in Ju-On The Grudge werden gerecycleerd, zodat er een contrast gecreëerd wordt tussen filmlocatie en cast (ook Clea Duvall, Grace Zabriskie en Ted - broer van medeproducer Sam - Raimi passeren het witte doek). Er is immers de taalbarrière, niet alleen naast de set (Shimizu spreekt geen woord Engels en zodoende diende alle communicatie via een tolk te gebeuren) maar ook op de set waardoor de personages meer geïsoleerd lijken te zijn en hun hulpkreten vooral naar de kijker gericht zijn. Efficiënt. Wat ik hem echter niet kan nageven, en hier gaan we weer, is dat verdomde einde. Ondanks het feit dat dit binnen de grudgereeks reeds zijn vijfde vingeroefening is, slaagt hij er maar niet in om een geslaagde apotheose te brengen. Het ruwe vakwerk is er, de afwerking niet en zo bleef ik dus weer met een ontgoochelend gevoel achter.

Maar nogmaals de teleurstelling volgt pas na de film. Tijdens de voorstelling ervaar je een hoogstaand staaltje van Japanse horror, die veel verfijnder is dan de commerciële westerse gore. Shimizu laat de spanning doordacht en haast onafgebroken door je keel gieren zeker omdat de thrillerscènes zich relatief traag maar wel efficiënt voortbewegen. De oosterse filmwereld kende zijn naam en lijfde hem in in het cultgenre, nu zal de westerse filmindustrie hem ook ontdekken. Meer nog, door het onverwachte succes (een openingsweekend van 40 miljoen dollar en in Amerika alleen al een opbrengst van meer dan 120 miljoen) werd er onmiddellijk na het openingsweekend beslist om een vervolg te maken. Zal ik het besluit van die sequel maar al geven: Shimizu kent het klappen van de zweep, met deze Amerikaanse sequel zit hij eigenlijk al aan zijn zesde wrokfilm toe, allen zijn ze efficiënt, alleen weet hij er geen bevredigend einde aan te breien.

Bruno Pletinck