Homepage filmsalon
****************
******

REGIE:
Bahman Ghobadi

*********

*********


MET:
Avaz Latif

Soran Ebrahim

*********


Iran - Irak / 2004 / 95 min.
*********


Verdeler:
Cineart

Opgedragen aan alle oorlogskinderen

Bahman Ghobadi werd in 1969 geboren in Bané, Iraans Koerdistan. Tijdens zijn studies werkt hij bij de radio. Daarna vervoegt hij, in Sanandaj, een groep jonge amateur-cineasten waarmee hij zich aan het draaien van korte films waagt. Uiteindelijk vestigt hij zich in de hoofdstad om er aan de faculteit film te gaan studeren maar hij maakt zijn studies niet af. Tussen 1995 en 1998 realiseert hij een tiental korte films die talloze prijzen krijgen op nationale en internationale festivals. Een ervan was de Speciale Juryprijs op het Festival van Clermont-Ferrand voor Vivre dans le brouillard ('98). Een jaar later wordt hij eerste assistent-regisseur van de Iraanse meester Abbas Kiarostami bij de opnamen van 'Le vent nous emportera'. Als technisch adviseur treedt hij op in 'Blackboards' van Samira Makhmalbaf.

Een Tijd voor Dronken Paarden/Zamani barayé masti asbha, zijn eerste langspeelfilm uit 2000, werd een schot in de roos. Deze volledig in het Koerdisch dialect gesproken integere film over jonge kind-smokkelaars, liet het publiek noch de pers op het Cannesfestival in 2001 onberoerd. Hij werd ondermeer bekroond met de Caméra d'Or en de Fipresci-Prijs. Zijn opvolger Songs of my motherland/Marooned in Iraq, over een mission impossible van Iraans-Koerdische muzikanten tijdens de Iraaks-Iraanse oorlog, kwam ondanks een warm onthaal en vele prijzen nooit in de Vlaamse bioscopen.

En nu is er Turtles can fly, (letterlijk: schildpadden kunnen vliegen), gemaakt met een losse camera. Ghobadi focust op een Koerdisch vluchtelingenkamp in Noord-Irak. De beginscène toont een twaalfjarig meisje. Ze staat op een rotspunt en staart naar de blauwe zee. Ze overweegt zelfmoord… maar kijkt ten slotte achter zich. Dan verplaatst de camera zich naar een plaats waar de dorpelingen, onder de leiding van Kak Satellite (Soran Ebrahim), een satellietontvanger proberen te bemachtigen om op de hoogte te blijven van de op komst zijnde aanval van het Amerikaanse leger op Irak. Satellite, naar wie iedereen opkijkt omdat hij enkele woordjes Engels spreekt, zorgt voor de vertaling. Ondertussen demonteren vele kinderen landmijnen om deze achteraf te gaan verkopen op de markt voor wapens. De komst van een ernstig verminkte jongen met zijn jongere zus en haar kind brengen slecht nieuws: de oorlog komt naderbij.

Een jongetje zonder armen die mijnen demonteert, een kindvrouwtje dat verkracht werd door een groep soldaten en later haar 'bastaard'-kind moet beschermen tegen de gruwelen van de oorlog; een blind kindje dat achtergelaten wordt op een mijnenveld in de hoop dat aan zijn uitzichtloos bestaan vlug een einde komt … Slechts af en toe worden de talrijke hartverscheurende taferelen afgewisseld met rustige close-ups van de jonge protagonisten. Ook levert de filmmaker intimistische beelden gevat in warme kleuren: de slapende kinderen die troost vinden bij elkaar.

Turtles can fly, met een schaars gebruik van muziek, is niet enkel een aanklacht tegen de oorlog, het belicht vooral de lichamelijke en geestelijke verminkingen bij oorlogskinderen. Om anti-Amerikaanse stemmingmakerij is het Ghobadi niet te doen. Zo verklaarde hij na de voorstelling van zijn film op de 52ste editie van het Internationaal Filmfestival van San Sebastian dat zijn film het niet heeft over politiek maar over het échte leven van deze vluchtelingen, mensen van vlees en bloed. Deze in Koerdisch gesproken film kreeg vele prijzen waaronder de Concha de Oro (Gouden Schelp) op het San Sebastian Festival.

Hopelijk krijgen zoveel mogelijk mensen deze belangrijke humane film te zien. Gedragen door niet-professionele kindacteurs die je nazinderende emotionele dreunen geven.

Linda Crivits