![]() |
|
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
|
2003, Frankrijk |
|
Van strip- tot filmheld Vooraleer de Fransman Louis-Pascal Couvelaire in 2002 als cineast debuteerde met Sueurs, een lauw onthaalde actiethriller met Jean-Hugues Anglade en Sagamore Stévenin, maakte hij een vierhonderdtal reclamefilms voor prestigieuze klanten zoals Coca-Cola, Toyota, Agusta, Honda en Duracell. Hij won talloze prijzen, onder meer de bronzen medaille van het Internationaal Festival van New York 1998 voor de reclamespot van de Citroën Xsara met Claudia Schiffer. Michel Vaillant is zijn tweede langspeelfilm, geïnspireerd op het gelijknamige stripverhaal van Jean en Philippe Graton. Sagamore Stévenin (Romance) kruipt in de huid van Michel Vaillant, zoon van een rijke industrieel en fabrikant van Vaillant-wagens. Hij is een virtuoos achter het stuur en een onbetwiste rallykampioen. Samen met zijn team, de renstal Vaillante kan hij rekenen op zowel bewondering als jaloezie bij diegenen die hen proberen te evenaren. De beginsequentie toont Vaillants moeder (Béatrice Agenin) die helemaal overstuur is van een kwade droom waarin haar zoon verongelukt. Maar het kan verkeren. Haar man Henri (Jean-Pierre Cassel) wordt gekidnapt door Ruth Wong (Lisa Barbuscia), dochter van de beruchte Leader die steeds het onderspit moest delven voor Henri. Geslepen als ze is speelt ze het spel bikkelhard om de eer van haar vader hoog te houden. Ze stelt alles in het werk om Vaillant klein te krijgen. En dan is er het hoogtepunt van de film, de 24 uren Grand Prix van Le Mans. Michel zit geconcentreerd achter het stuur van zijn blauwe Vaillante nr. 10. Zijn vriend Steve Warson (Peter Youngblood Hills), een uitstekend Amerikaans piloot, in de Vaillante nr. 8, staat aan zijn zijde. Om op de hoogste trede van het podium te verschijnen zullen beiden tot het uiterste gaan om de rode bolides uit de Leader-stal, bestuurd door de agressieve piloten, Bob Cramer (François Levantal) en Dan Hawkins (Stephane Metzger), te verslaan. Het was in 1957 dat de avonturen van de wereldberoemde rallykampioen Michel Vaillant verschenen in Journal Tintin/Kuifje. De uit Nantes afkomstige tekenaar Jean Graton (stapte na enkele Verhalen van Oom Wim voor het weekblad Robbedoes in 1953 over naar het concurrerende Kuifje) besefte op dat ogenblik niet welk lot zijn held te wachten stond. Het kort verhaal dat zich afspeelt in Le Mans werd meteen een schot in de roos. Twee jaar later publiceerde Graton zijn eerste album Le Grand Défi/De grote match. Tot op heden verschenen er 64 albums en werden er 20 miljoen exemplaren verkocht. Michel Vaillant is nog steeds één van de populairste striphelden die er zijn. De 80-jarige Jean Graton is nog steeds aktief. Wel nam zijn zoon Philippe in 1994 de fakkel over met het album La Piste de Jade/Sporen van Jade. De Graton-uitgeverij heeft haar nieuwe ateliers in Ukkel en beheert de rechten van de Michel Vaillant-albums. Gilles Malençon en Luc Besson (bekend van o.m. Le grand bleu, Nikita) stonden in voor het scenario. Voor Malençon was het een hele klus om aan de adaptatie van Michel Vaillant te beginnen. Aandachtig las hij de 64 albums gedurende tien dagen en maakte hij aantekeningen betreffende de locaties, personages, bolides en liefdesavonturen. Waar Malençon vooral moest op letten was dat de racer/held die furore maakte in het tijdperk van de IVe Republiek, met de tijd evolueert. Samen met Louis-Pascal Couvelaire besloot hij slechts enkele elementen uit de albums te ontlenen. Enkel het album Le 13 est au départ/Nr. 13 aan de start zorgde voor de intrige. Tienvoudig Le Mans-racer Michel Neugarten (winnaar in 1997) koos het coureursteam en reed zelf in bepaalde uiterst gevaarlijke scènes. Voor de technische raadgevingen werd een beroep gedaan op ex-F1-piloot Jacky Ickx en Luc Donckerwolke, ontwerper van de Lamborghini. Michel Vaillant moet bekeken worden als een stripverhaal. Dit neemt echter niet weg dat het scenario meer diepgang mocht bevatten. Maar dat hoefde blijkbaar niet. De film, voorzien van een handvol romantiek, is trouwens in eerste instantie bedoeld voor fans van sexy babes en ander schoon volk, kleurrijke, prachtige racewagens, snelle actie, gevaarlijke stunts, gierende banden, grommende motoren, destructieve crashes, oorverdovende geluidseffecten en dito muziek van de jongens van Archive. Wat mij betreft: geef mij maar Lee H. Katzins Le Mans uit 1970 met Steve McQueen. Om kort te gaan: lees liever het stripverhaal. Linda Crivits |