*
****************
*************

REGIE:
Takeshi Kitano


*********


MET:
Takeshi Kitano (Zatoichi)

Tadanobu Asano (Gennosku Hattori)

Yui Natsukawa (O-Shino)

*********


Japan / 2003 / 116 MIN.
*********


Verdeler:
Cineart

Zatoichi The Killer

Vergeet uw saaie en ik zou ze liever in de praktijk uitvoerende lessen over de biologie van de mens. Ga gewoon eens naar de cinema want daar kan de anatomisch ontleden(maten)de geïnteresseerde zijn hartje meer dan luchtig ophalen. We hebben al Tarantino's kitschy, extreem gewelddadig seventies kung fu vehikel achter de rug waarbij de teller tilt sloeg bij het aantal afgehakte ledematen vergezeld van de Babycart-movies-bloedfonteinen en natuurlijk willen de Oosterse filmmakers ons tonen waar de westerlingen hun mosterd, zout en peper gehaald hebben. Dus komt de onnavolgbare Takeshi Beat Kitano opdraven met zijn op Kurosawa's Seven Samurai geïnspireerde body countmovie.

De titel van de film refereert naar het hoofdpersonage, naar goede gewoonte door Kitano zelf vertolkt met zijn typische zenuwpeesoogtrekjes, zijn traagjes wegsjoffelende wandelgang maar, nieuw, voorzien van een hypermodern geblondeerd adoniskapsel waardoor hij zich op een De Palma wijze als de good guy weet te onderscheiden van de donkerharige summokapsel bevattende bad guys. Gefluisterd wordt echter dat Kitano aanvankelijk niet te vinden was voor het project maar dat hij zich wist te overhalen door de uitbaatster van een striptent die de rechten op zak heeft van de legendarische Zatoichi-figuur en vond dat enkel hij nieuwe gestalte kon geven aan de zwervende samoerai. Inderdaad, nieuwe gestalte. Immers Zatoichi is in het Oosterse halfrond even bekend als Indiana Jones in het Westerse halfrond. Zelfs het, voor mannen haast onbekende, Playboy-magazine gaf het werk over Zatoichi een goede "Infectious story telling, fun action, and impressive blade work" beoordeling mee.

Zatoichi kende het levenslicht in 1962 met The Life And Opinion Of Masseur Ichi (merk op dat de naam normaal gewoon Ichi is, zato is een titel voor een blinde masseur die ook een Boeddhistische monnik is). Het was toen Katso Shintaru die gestalte gaf aan de blinde masseur en (expert)gokker. Naast die vaste vormen van inkomen hield deze eenzame zwerver, afkomstig uit de lagere sociale regionen (we spreken over de tijdspanne van de Tokugawa Era in de 18e-19e eeuw), zich bezig met het in mootjes hakken van ieder die zijn weg dwarsboomde. Samurai of yakuza, het deed er voor hem niet toe. Zijn reflexen waren bliksemsnel, zijn zwaard vlijmscherp. Katso-Shin zal de rol maar liefst 26 keer (van '62 tot '68 maar liefst 19 Zatoichi films) op zich nemen en zich zo ontpoppen tot een heuse cultfiguur. In 1989 zal hij voor de laatste keer in de huid kruipen van de samoerai, zichzelf tevens regisserend. 6 jaar geleden is hij jammerlijk aan keelkanker gestorven. Een hele Zatoichi-erfenis liet hij dus achter en Kitano durfde het aan om een volwaardige - doch echter op bepaalde momenten een cartooneske - opvolger te zijn.

De film zelf is een halfwaardige opvolger. We ontmoeten de rondzwervende Zatoichi in een klein bergdorpje dat volledig in de terroriserende greep is van de Ginzo-gang die recent de ronin Hattori gerekruteerd heeft en zo nog sterker is. Zatoichi heeft onderdak gevonden bij de sympathieke Aunt Oume en haar silly maar vriendelijke gokverslaafde neef Shinkichi. Tevens ontmoeten onze gokkers een tweetal geisha's die naar het dorpje gekomen zijn om de slachting van hun familie door de Ginzo-gang in ere te herstellen. De verhaallijn is dan ook klassiek: rondtrekkende krijger die arme dorpelingen komt redden en tevens een oude vete uitvecht. De aanpak echter is op zijn minst origineel te noemen maar niet altijd even geslaagd. Kitano (dus niet met het geschoren kapsel van een monnik maar wel gewaagd geblondeerd) gebruikt een mix van, door u recensent gewaardeerde, musicalaspecten (wanneer de soundtrack van Keiichi Suzuki gesteund wordt door het gedorsel van boeren of het hameren van huisbouwers dwingt dit binnen het genre ongebruikt respect af), naar de jaren '60 epische samoeraifilms verwijzende battles, naar zijn roots terugkerende maar niet altijd gelaagde slap-stick en onnodige flashbacks om de achtergrond van een aantal personages beter te begrijpen maar daardoor het geheel aan intensiteit te doen inboeten. Het verhaal en de actie komt ook nogal traag op gang maar eindigt wel, op een tapdansende achtergrond (met o.a. de hulp van de - zonder The White - Stripes), in een het wachten waardige adembenemende apotheose. Indien de film een aaneenkoppeling was van gevechtsscènes - en waarom hier niet voor geopteerd hebben met als enige rode draad een krijger die het opneemt tegen gewetensloze afpersers - zoals de laatste zou hij Kill Bill overtroffen kunnen hebben. Want zijn martial art aanpak is anders dan bij Tarantino en ook andere Hero-lookalike films. Zijn samoeraigevechten zijn kort, recht toe recht aan, vanaf het eerste moment zonder aarzeling of vertwijfeling doelrakend en treffend zoals het een echte samoerai betaamt. Geen eindeloze gevechten dus maar een directe aanpak met majestueuze bloedfonteinen geruggensteund door wat CGI-effecten. Nieuw en sympathieopwekkend is dat alleszins. Alleen haalt dit enkel in het tweede gedeelte de bovenhand en moeten we ons in het eerste gedeelte het stellen met wat emotionele ontplooiing van de karakters. Een halfgemiste kans dus, wat voor mij als fan van het genre moeilijk toe te geven valt, maar toch het ontdekken waard.

Hij heeft het trouwens niet slecht gedaan met zijn paradoxale mix van trage opbouw en snelle gevechten op een aantal filmfestivals. Naast een nominatie op de European Film Awards, heeft hij prijzen gewonnen op het festival van Marrakech (beste regisseur), Toronto (publieksprijs, gelijkaardig dus met De Zaak Alzheimer bij ons) en Venetië (opnieuw een publieksprijs en naast de nominatie voor een gouden leeuw ook nog de Open Prize, Future Film Festival Digital Award en de speciale regisseur award).

Raap uw ledematen dus bijeen en ga deze in Hiroshima opgenomen film toch maar eens in kimono bekijken. En aangezien rood de kleur is van de liefde, neem in naam van de mannen uw vrouwelijke eega maar mee, want u krijgt meer dan rood genoeg te zien.

Bruno Pletinck